BWBR0048840
Geldig vanaf 2024-06-01
Artikel 14
Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst
1. Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan dit besluit.
2. De SVB beheert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.
3. Onze Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019150/artikel/5.16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.16, onderdeel a, van de Regeling Wfsv</a>voorschotten op de rijksbijdrage op basis van de door de SVB geraamde kosten van:
a. de eenmalige bedragen, met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van de maand; en
b. de uitvoering, met als valutadatum de vijftiende dag van de maand.
4. Onze Minister kan, na overleg met de SVB, van de in het derde lid bedoelde bedragen afwijken.
5. De SVB brengt aan Onze Minister inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van dit besluit overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0013060/artikel/49" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 49, eerste en derde tot en met vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</a>en de krachtens die bepaling geldende regels.
6. Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>, rekent Onze Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten met betrekking tot het betreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.
2. De SVB beheert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.
3. Onze Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019150/artikel/5.16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.16, onderdeel a, van de Regeling Wfsv</a>voorschotten op de rijksbijdrage op basis van de door de SVB geraamde kosten van:
a. de eenmalige bedragen, met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van de maand; en
b. de uitvoering, met als valutadatum de vijftiende dag van de maand.
4. Onze Minister kan, na overleg met de SVB, van de in het derde lid bedoelde bedragen afwijken.
5. De SVB brengt aan Onze Minister inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van dit besluit overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0013060/artikel/49" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 49, eerste en derde tot en met vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</a>en de krachtens die bepaling geldende regels.
6. Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>, rekent Onze Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten met betrekking tot het betreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.