BWBR0048774
Geldig vanaf 21-10-2023
Artikel 2.17
Beleidsregels risicoverevening 2024
1. Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium AVI op:
a. de indeling in AVI-klassen 2024 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 13 van deze Beleidsregels;
b. de leeftijd volgens het PKB 2022;
c. de zelfstandigen volgens het zelfstandigenbestand 2023;
d. de zelfstandigen volgens het zelfstandigenbestand 2022;
e. de duurzaam en volledig arbeidsongeschikten, de overige arbeidsongeschikten, de bijstandsgerechtigden, de werklozen en de loontrekkers volgens het UWV-bestand met peildatum 30 juni 2022;
f. de studenten en hoogopgeleiden volgens de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2022;
g. het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2022;
h. het gepseudonimiseerde adres in het PKB 2022 in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2022; en
i. de historische indeling van AVI uit 2017 tot en met 2021.
2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met i, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2022 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 13 van deze Beleidsregels, in welke AVI-klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
3. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2023, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft.
4. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium AVI naar de macroverzekerdenraming, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie per AVI-klasse constant blijft.
a. de indeling in AVI-klassen 2024 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 13 van deze Beleidsregels;
b. de leeftijd volgens het PKB 2022;
c. de zelfstandigen volgens het zelfstandigenbestand 2023;
d. de zelfstandigen volgens het zelfstandigenbestand 2022;
e. de duurzaam en volledig arbeidsongeschikten, de overige arbeidsongeschikten, de bijstandsgerechtigden, de werklozen en de loontrekkers volgens het UWV-bestand met peildatum 30 juni 2022;
f. de studenten en hoogopgeleiden volgens de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2022;
g. het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2022;
h. het gepseudonimiseerde adres in het PKB 2022 in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2022; en
i. de historische indeling van AVI uit 2017 tot en met 2021.
2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met i, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2022 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 13 van deze Beleidsregels, in welke AVI-klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
3. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2023, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft.
4. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium AVI naar de macroverzekerdenraming, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie per AVI-klasse constant blijft.
- Citeren als
- Art. 2.17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048774
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl