1. Voor het in artikel 1genoemde tijdvak geldt een subsidieplafond van EUR 60 miljoen, welke middelen als volgt zijn verdeeld over de volgende beleidsdoelen:
a) EUR 8 miljoen voor aanvragen gericht op ‘humanitaire toegang’;
b) EUR 52 miljoen voor aanvragen gericht op ‘anticiperende humanitaire actie bij door mensen veroorzaakte of verergerde crises’ en/of op ‘lokaal leiderschap door middel van risico- en capaciteitsdeling’.
2. Indien middelen resteren van de middelen die beschikbaar zijn voor een van de twee categorieën beleidsdoelen als bedoeld in het eerste lid, komen deze beschikbaar voor aanvragen gericht op de andere beleidsdoel(en), indien en voor zover deze aanvragen voldoen aan de maatstaven neergelegd in de bijlagebij dit besluit.
3. Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in
artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.