BWBR0048691
Geldig vanaf 2023-10-07
Artikel 2
Mandaatbesluit directeur Divisie Individuele Zaken 2023
Aan de directeur Divisie Individuele Zaken is voorbehouden het nemen van ministeriële beslissingen aangaande:
a. beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen op grond van artikel 6:2:22 van het Wetboek van Strafvordering;
b. beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders op grond van artikel 6:2:20 van het Wetboek van Strafvordering;
c. beëindiging van de maatregel terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege ten aanzien van de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland op grond van artikel 6:2:18 van het Wetboek van Strafvordering;
d. voortduring van de tenuitvoerlegging van de maatregel van terbeschikkingstelling op grond van artikel 8 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
e. plaatsing van een veroordeelde tot gevangenisstraf in een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden en de beëindiging daarvan op grond van artikel 6:2:8 juncto artikel 6:2:9 van het Wetboek van Strafvordering;
f. vervroegde plaatsing van een veroordeelde tot gevangenisstraf, die tevens de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd, in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden op grond van artikel 6:2:8 van het Wetboek van Strafvordering juncto artikel 6.4 van het Besluit forensische zorg;
g. re-integratieverlof van levenslanggestraften op grond van artikel 26 Penitentiaire beginselenwet juncto artikel 20d. van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting.
a. beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen op grond van artikel 6:2:22 van het Wetboek van Strafvordering;
b. beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders op grond van artikel 6:2:20 van het Wetboek van Strafvordering;
c. beëindiging van de maatregel terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege ten aanzien van de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland op grond van artikel 6:2:18 van het Wetboek van Strafvordering;
d. voortduring van de tenuitvoerlegging van de maatregel van terbeschikkingstelling op grond van artikel 8 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
e. plaatsing van een veroordeelde tot gevangenisstraf in een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden en de beëindiging daarvan op grond van artikel 6:2:8 juncto artikel 6:2:9 van het Wetboek van Strafvordering;
f. vervroegde plaatsing van een veroordeelde tot gevangenisstraf, die tevens de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd, in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden op grond van artikel 6:2:8 van het Wetboek van Strafvordering juncto artikel 6.4 van het Besluit forensische zorg;
g. re-integratieverlof van levenslanggestraften op grond van artikel 26 Penitentiaire beginselenwet juncto artikel 20d. van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting.