BWBR0048679
Geldig vanaf 01-01-2024
Artikel 6
Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg
1. Een gestart zorgtraject kan bestaan uit één of meerdere subtrajecten die leiden tot een declarabel dbc-zorgproduct of een uitvalproduct (niet-declarabel product).
2. Voor een zo nauwkeurig mogelijke aansluiting tussen de daadwerkelijk geleverde zorg en de prestatiebeschrijving wordt een subtraject onderscheiden op basis van een drietal componenten:
a Zorgtype De volgende zorgtypes worden onderscheiden: • ZT11: het eerste subtraject binnen een zorgtraject.
• ZT21: alle volgende subtrajecten binnen een zorgtraject na afsluiting van zorgtype 11.
• ZT13: subtraject bij een intercollegiaal consult (icc). Subtrajecten met zorgtype 13 vormen tevens een zorgtraject.
• ZT51: subtraject voor opname op de ic en voor ic intercollegiaal consult buiten de ic met een bijbehorende behandeling door een poortspecialist.
• ZT52: subtraject voor opname op de ic zonder een bijbehorende behandeling door een poortspecialist.
• ZT41: subtraject voor een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch specialistische behandeling en diagnostiek.
• ZT11: het eerste subtraject binnen een zorgtraject.
• ZT21: alle volgende subtrajecten binnen een zorgtraject na afsluiting van zorgtype 11.
• ZT13: subtraject bij een intercollegiaal consult (icc). Subtrajecten met zorgtype 13 vormen tevens een zorgtraject.
• ZT51: subtraject voor opname op de ic en voor ic intercollegiaal consult buiten de ic met een bijbehorende behandeling door een poortspecialist.
• ZT52: subtraject voor opname op de ic zonder een bijbehorende behandeling door een poortspecialist.
• ZT41: subtraject voor een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch specialistische behandeling en diagnostiek.
b Zorgvraag Bij de volgende specialismen speelt de component zorgvraag een rol bij het typeren van een subtraject: • kindergeneeskunde/neonatologie;
• neurologie;
• revalidatiegeneeskunde;
• consultatieve psychiatrie, en
• radiotherapie. Bij de andere specialismen is ‘zorgvraag’ niet opgenomen in de typeringslijsten.
• kindergeneeskunde/neonatologie;
• neurologie;
• revalidatiegeneeskunde;
• consultatieve psychiatrie, en
• radiotherapie.
c Diagnose De diagnose geeft weer hoe de geleverde zorg binnen een subtraject het best wordt getypeerd.
3. De diagnosecodes zijn opgenomen in de typeringslijsten per specialisme (te raadplegen via puc.overheid.nl/nza).
2. Voor een zo nauwkeurig mogelijke aansluiting tussen de daadwerkelijk geleverde zorg en de prestatiebeschrijving wordt een subtraject onderscheiden op basis van een drietal componenten:
a Zorgtype De volgende zorgtypes worden onderscheiden: • ZT11: het eerste subtraject binnen een zorgtraject.
• ZT21: alle volgende subtrajecten binnen een zorgtraject na afsluiting van zorgtype 11.
• ZT13: subtraject bij een intercollegiaal consult (icc). Subtrajecten met zorgtype 13 vormen tevens een zorgtraject.
• ZT51: subtraject voor opname op de ic en voor ic intercollegiaal consult buiten de ic met een bijbehorende behandeling door een poortspecialist.
• ZT52: subtraject voor opname op de ic zonder een bijbehorende behandeling door een poortspecialist.
• ZT41: subtraject voor een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch specialistische behandeling en diagnostiek.
• ZT11: het eerste subtraject binnen een zorgtraject.
• ZT21: alle volgende subtrajecten binnen een zorgtraject na afsluiting van zorgtype 11.
• ZT13: subtraject bij een intercollegiaal consult (icc). Subtrajecten met zorgtype 13 vormen tevens een zorgtraject.
• ZT51: subtraject voor opname op de ic en voor ic intercollegiaal consult buiten de ic met een bijbehorende behandeling door een poortspecialist.
• ZT52: subtraject voor opname op de ic zonder een bijbehorende behandeling door een poortspecialist.
• ZT41: subtraject voor een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch specialistische behandeling en diagnostiek.
b Zorgvraag Bij de volgende specialismen speelt de component zorgvraag een rol bij het typeren van een subtraject: • kindergeneeskunde/neonatologie;
• neurologie;
• revalidatiegeneeskunde;
• consultatieve psychiatrie, en
• radiotherapie. Bij de andere specialismen is ‘zorgvraag’ niet opgenomen in de typeringslijsten.
• kindergeneeskunde/neonatologie;
• neurologie;
• revalidatiegeneeskunde;
• consultatieve psychiatrie, en
• radiotherapie.
c Diagnose De diagnose geeft weer hoe de geleverde zorg binnen een subtraject het best wordt getypeerd.
3. De diagnosecodes zijn opgenomen in de typeringslijsten per specialisme (te raadplegen via puc.overheid.nl/nza).
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048679
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl