BWBR0048675
Geldig vanaf 2023-09-30
Artikel 3
Beleidsregel uitvoering deel associate degree-opleiding door bve-instelling
1. Bij beoordeling van de aanvraag betrekt de Minister in ieder geval de volgende informatie:
a. de redenen voor het gezamenlijk uitvoeren van een deel van de opleiding met de bve-instelling;
b. de wijze waarop de onderwijskwaliteit, in het bijzonder niveau 5 in de termen van het Nederlands kwalificatie raamwerk, is geborgd; en
c. een document waaruit blijkt welke afspraken zijn gemaakt tussen de instelling voor hoger onderwijs en de bve-instelling omtrent de borging van de onderwijskwaliteit.
2. Voor zover het gaat om een aanvraag voor het verzorgen van minder dan de helft van een Ad door een instelling voor hoger onderwijs betrekt de Minister tevens in zijn beoordeling de onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat de betreffende bve-instelling specifieke kennis of een netwerk bezit in een bepaald specialisme dan wel in een andere behoefte voorziet waarin de instelling voor hoger onderwijs niet kan voorzien.
3. De Minister kan de aanvrager om nadere inlichtingen en gegevens vragen wanneer de aanvraag en de daarbij overgelegde documenten naar zijn mening onvoldoende informatie bevatten om tot een oordeel te komen.
a. de redenen voor het gezamenlijk uitvoeren van een deel van de opleiding met de bve-instelling;
b. de wijze waarop de onderwijskwaliteit, in het bijzonder niveau 5 in de termen van het Nederlands kwalificatie raamwerk, is geborgd; en
c. een document waaruit blijkt welke afspraken zijn gemaakt tussen de instelling voor hoger onderwijs en de bve-instelling omtrent de borging van de onderwijskwaliteit.
2. Voor zover het gaat om een aanvraag voor het verzorgen van minder dan de helft van een Ad door een instelling voor hoger onderwijs betrekt de Minister tevens in zijn beoordeling de onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat de betreffende bve-instelling specifieke kennis of een netwerk bezit in een bepaald specialisme dan wel in een andere behoefte voorziet waarin de instelling voor hoger onderwijs niet kan voorzien.
3. De Minister kan de aanvrager om nadere inlichtingen en gegevens vragen wanneer de aanvraag en de daarbij overgelegde documenten naar zijn mening onvoldoende informatie bevatten om tot een oordeel te komen.