BWBR0048587
Geldig vanaf 2023-09-01
Artikel 12
Subsidieregeling Npuls CTL
Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:
1. De projectduur bedraagt ten hoogste 36 maanden, gerekend vanaf de in de subsidiebeschikking opgenomen startdatum. De activiteiten starten uiterlijk in de maand september van het jaar van de subsidieverlening en niet eerder dan de datum van indiening van de aanvraag.
2. De eerste voortgangsrapportage bevat in voorkomend geval een bewijs dat het CTL is opgericht.
3. De subsidieontvanger geeft jaarlijks door middel van een door DUS-I voorgeschreven format voortgangsrapportage inzicht in de voortgang van de activiteiten. De eerste voortgangsrapportage wordt uiterlijk een jaar na de startdatum ingediend bij DUS-I.
4. De subsidieontvanger neemt gedurende de looptijd van de regeling deel aan door Npuls georganiseerde regionale en landelijke bijeenkomsten om de opgedane kennis en inzichten te delen.
5. De subsidieontvanger verleent tot uiterlijk drie jaar na de vaststelling van de subsidie medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van het CTL.
6. De subsidieontvanger verleent medewerking aan het naleven van verplichtingen op grond van de verordening en de door het Herstel- en Veerkrachtplan te houden audits over de uitvoering en besteding van de subsidiegelden voor zover het door het Herstel- en Veerkrachtplan beschikbaar gestelde gelden betreft.
7. De subsidieontvanger maakt op verzoek van de minister de met de subsidie ontwikkelde resultaten van de activiteiten voor eenieder zonder onderscheid kosteloos toegankelijk.
8. De administratie van het project en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaar na de vaststelling van de subsidie bewaard.
1. De projectduur bedraagt ten hoogste 36 maanden, gerekend vanaf de in de subsidiebeschikking opgenomen startdatum. De activiteiten starten uiterlijk in de maand september van het jaar van de subsidieverlening en niet eerder dan de datum van indiening van de aanvraag.
2. De eerste voortgangsrapportage bevat in voorkomend geval een bewijs dat het CTL is opgericht.
3. De subsidieontvanger geeft jaarlijks door middel van een door DUS-I voorgeschreven format voortgangsrapportage inzicht in de voortgang van de activiteiten. De eerste voortgangsrapportage wordt uiterlijk een jaar na de startdatum ingediend bij DUS-I.
4. De subsidieontvanger neemt gedurende de looptijd van de regeling deel aan door Npuls georganiseerde regionale en landelijke bijeenkomsten om de opgedane kennis en inzichten te delen.
5. De subsidieontvanger verleent tot uiterlijk drie jaar na de vaststelling van de subsidie medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van het CTL.
6. De subsidieontvanger verleent medewerking aan het naleven van verplichtingen op grond van de verordening en de door het Herstel- en Veerkrachtplan te houden audits over de uitvoering en besteding van de subsidiegelden voor zover het door het Herstel- en Veerkrachtplan beschikbaar gestelde gelden betreft.
7. De subsidieontvanger maakt op verzoek van de minister de met de subsidie ontwikkelde resultaten van de activiteiten voor eenieder zonder onderscheid kosteloos toegankelijk.
8. De administratie van het project en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaar na de vaststelling van de subsidie bewaard.