BWBR0048586
Geldig vanaf 2023-08-29
Artikel 7
Subsidieregeling financiële educatie voor onderwijsinstellingen
1. Voor subsidie komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking:
a. het volgen van een door de minister goedgekeurde opleiding die tot doel heeft het integreren van financiële educatie in bestaande vakken en het onderwijzen van studenten of leerlingen in financiële competenties, door docenten en medewerkers van mbo-instellingen en vo-instellingen die zorg dragen voor inbedding van financiële educatie in het onderwijs binnen de mbo-instellingen of vo-instellingen. Van de medewerkers en docenten die deze opleiding volgen is ten minste de helft docent;
b. het aannemen of vrijstellen van medewerkers binnen mbo-instellingen of vo-instellingen, die zorg dragen voor structurele inbedding van financiële educatie in het onderwijs op de desbetreffende mbo-instelling of vo-instelling;
c. het aanbieden van persoonlijke financiële begeleiding op de mbo-instellingen aan studenten met geldzorgen;
d. het aanbieden van individuele persoonlijke financiële begeleiding op vo-instellingen aan leerlingen en het betrekken van ouders of verzorgers bij de financiële opvoeding van hun kinderen;
e. het volgen van een door de minister goedgekeurde bij- of nascholingsopleiding die tot doel heeft het aanbieden of integreren van financiële educatie in bestaande leergebieden en vakken, door leerkrachten en medewerkers die zorg dragen voor inbedding van financiële educatie in het onderwijs op de po-school;
f. het aannemen of vrijstellen van medewerkers binnen de po-school die zorg dragen voor inbedding van financiële educatie in het onderwijs op die school;
g. het ondersteunen van ouders of verzorgers bij de financiële opvoeding van hun kinderen.
2. Het expertisepunt financiële educatie adviseert de minister over opleidingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en toetst daarbij of het scholingsaanbod:
a. gericht is op zittende of aankomende leerkrachten in het primair onderwijs, docenten op het voortgezet onderwijs en mbo of het hele onderwijsteam;
b. specifiek gericht is op structureel inbedden van effectieve financiële educatie in het schoolcurriculum en de bestaande vakken;
c. gericht is op duurzame impact;
d. plaatsvindt onder begeleiding van een trainer; en
e. niet uitsluitend door middel van e-learning wordt aangeboden hetgeen niet geldt voor instellingen in Caribisch Nederland.
3. Van effectieve financiële educatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is sprake, indien:
a. sprake is van een structurele aanpak;
b. het aanbod aansluit op de belevingswereld van jongeren en situaties waar zij mee te maken kunnen krijgen;
c. het aanbod aansluit bij de cognitieve, sociale en psychologische ontwikkeling van de jongeren en een doorlopende leerlijn betreft;
d. onderwijsprofessionals bij het proces worden betrokken;
e. financiële vaardigheden worden geïntegreerd in andere thema’s;
f. de docenten worden getraind en indien nodig ouders worden betrokken bij het proces; en
g. rekening wordt gehouden met culturele factoren.
4. Door de minister goedgekeurde opleidingen worden opgenomen op www.geldlessen.nl.
a. het volgen van een door de minister goedgekeurde opleiding die tot doel heeft het integreren van financiële educatie in bestaande vakken en het onderwijzen van studenten of leerlingen in financiële competenties, door docenten en medewerkers van mbo-instellingen en vo-instellingen die zorg dragen voor inbedding van financiële educatie in het onderwijs binnen de mbo-instellingen of vo-instellingen. Van de medewerkers en docenten die deze opleiding volgen is ten minste de helft docent;
b. het aannemen of vrijstellen van medewerkers binnen mbo-instellingen of vo-instellingen, die zorg dragen voor structurele inbedding van financiële educatie in het onderwijs op de desbetreffende mbo-instelling of vo-instelling;
c. het aanbieden van persoonlijke financiële begeleiding op de mbo-instellingen aan studenten met geldzorgen;
d. het aanbieden van individuele persoonlijke financiële begeleiding op vo-instellingen aan leerlingen en het betrekken van ouders of verzorgers bij de financiële opvoeding van hun kinderen;
e. het volgen van een door de minister goedgekeurde bij- of nascholingsopleiding die tot doel heeft het aanbieden of integreren van financiële educatie in bestaande leergebieden en vakken, door leerkrachten en medewerkers die zorg dragen voor inbedding van financiële educatie in het onderwijs op de po-school;
f. het aannemen of vrijstellen van medewerkers binnen de po-school die zorg dragen voor inbedding van financiële educatie in het onderwijs op die school;
g. het ondersteunen van ouders of verzorgers bij de financiële opvoeding van hun kinderen.
2. Het expertisepunt financiële educatie adviseert de minister over opleidingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en toetst daarbij of het scholingsaanbod:
a. gericht is op zittende of aankomende leerkrachten in het primair onderwijs, docenten op het voortgezet onderwijs en mbo of het hele onderwijsteam;
b. specifiek gericht is op structureel inbedden van effectieve financiële educatie in het schoolcurriculum en de bestaande vakken;
c. gericht is op duurzame impact;
d. plaatsvindt onder begeleiding van een trainer; en
e. niet uitsluitend door middel van e-learning wordt aangeboden hetgeen niet geldt voor instellingen in Caribisch Nederland.
3. Van effectieve financiële educatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is sprake, indien:
a. sprake is van een structurele aanpak;
b. het aanbod aansluit op de belevingswereld van jongeren en situaties waar zij mee te maken kunnen krijgen;
c. het aanbod aansluit bij de cognitieve, sociale en psychologische ontwikkeling van de jongeren en een doorlopende leerlijn betreft;
d. onderwijsprofessionals bij het proces worden betrokken;
e. financiële vaardigheden worden geïntegreerd in andere thema’s;
f. de docenten worden getraind en indien nodig ouders worden betrokken bij het proces; en
g. rekening wordt gehouden met culturele factoren.
4. Door de minister goedgekeurde opleidingen worden opgenomen op www.geldlessen.nl.