BWBR0048571
Geldig vanaf 2023-11-29
Artikel 5
Regeling specifieke uitkering Regionale Aanpak Laadinfrastructuur 2023 – 2030
1. Het plan van aanpak zoals beschreven in de Samenwerkingsovereenkomst Regionale Aanpak Laadinfrastructuur 2 wordt conform de afspraken in die samenwerkingsovereenkomst opgeleverd.
2. In afwijking van het eerste lid wordt het plan van aanpak opgeleverd conform de afspraken in de Samenwerkingsovereenkomst Regionale Laadinfrastructuur, met uitzondering van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van die samenwerkingsovereenkomst, indien de aanvraag voor een specifieke uitkering betrekking heeft op het jaar 2023.
3. Met ingang van 1 januari 2024 verstrekken de ontvangers jaarlijks uiterlijk op 1 maart aan de minister een actualisatie van het plan van aanpak inclusief een voortgangsrapportage van het voorafgaande jaar.
4. De ontvangers besteden in gezamenlijkheid met de andere decentrale overheden van een samenwerkingsregio de specifieke uitkering uitsluitend aan het opstellen, actualiseren en uitvoeren van de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur op basis van het plan van aanpak zoals beschreven in de samenwerkingsovereenkomst tussen de betreffende ontvanger en de andere decentrale overheden van de samenwerkingsregio van die ontvanger.
5. De ontvangers maken met de andere decentrale overheden van een samenwerkingsregio tijdig afspraken met de gemeenten gelegen binnen de grenzen van een samenwerkingsregio ter uitvoering van het plan van aanpak.
6. De specifieke uitkering kan door de ontvangers en de andere decentrale overheden van een samenwerkingsregio mede worden besteed aan de middelen die door de in het vijfde lid bedoelde gemeenten worden ingezet bij het opstellen, actualiseren en uitvoeren van het plan van aanpak. Die gemeenten verantwoorden de inzet van deze middelen voor zover van toepassing aan de betreffende ontvanger op de wijze, bepaald in artikel 17a, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet.
7. Ontvangers ondertekenen voorafgaand aan de verlening van de specifieke uitkering vanaf 2024 de Samenwerkingsovereenkomst Regionale Aanpak Laadinfrastructuur 2 samen met of namens de andere overheden van de samenwerkingsregio.
8. De activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend voor de jaren 2023, 2024 en 2025, zijn uitgevoerd voor 31 december 2027.
9. De activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend voor de jaren 2026 tot en met 2030, zijn uitgevoerd voor 31 december 2030.
2. In afwijking van het eerste lid wordt het plan van aanpak opgeleverd conform de afspraken in de Samenwerkingsovereenkomst Regionale Laadinfrastructuur, met uitzondering van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van die samenwerkingsovereenkomst, indien de aanvraag voor een specifieke uitkering betrekking heeft op het jaar 2023.
3. Met ingang van 1 januari 2024 verstrekken de ontvangers jaarlijks uiterlijk op 1 maart aan de minister een actualisatie van het plan van aanpak inclusief een voortgangsrapportage van het voorafgaande jaar.
4. De ontvangers besteden in gezamenlijkheid met de andere decentrale overheden van een samenwerkingsregio de specifieke uitkering uitsluitend aan het opstellen, actualiseren en uitvoeren van de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur op basis van het plan van aanpak zoals beschreven in de samenwerkingsovereenkomst tussen de betreffende ontvanger en de andere decentrale overheden van de samenwerkingsregio van die ontvanger.
5. De ontvangers maken met de andere decentrale overheden van een samenwerkingsregio tijdig afspraken met de gemeenten gelegen binnen de grenzen van een samenwerkingsregio ter uitvoering van het plan van aanpak.
6. De specifieke uitkering kan door de ontvangers en de andere decentrale overheden van een samenwerkingsregio mede worden besteed aan de middelen die door de in het vijfde lid bedoelde gemeenten worden ingezet bij het opstellen, actualiseren en uitvoeren van het plan van aanpak. Die gemeenten verantwoorden de inzet van deze middelen voor zover van toepassing aan de betreffende ontvanger op de wijze, bepaald in artikel 17a, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet.
7. Ontvangers ondertekenen voorafgaand aan de verlening van de specifieke uitkering vanaf 2024 de Samenwerkingsovereenkomst Regionale Aanpak Laadinfrastructuur 2 samen met of namens de andere overheden van de samenwerkingsregio.
8. De activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend voor de jaren 2023, 2024 en 2025, zijn uitgevoerd voor 31 december 2027.
9. De activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend voor de jaren 2026 tot en met 2030, zijn uitgevoerd voor 31 december 2030.