BWBR0048542
Geldig vanaf 2023-08-12
Artikel 2.6
Subsidieregeling patiënten- en gehandicaptenorganisaties 2024–2028
1. Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2bedraagt voor het kalenderjaar 2024 € 17.500.000.
2. Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2bedraagt voor het kalenderjaar 2025 € 18.060.000.
3. Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2bedraagt voor het kalenderjaar 2026 € 19.700.000.
4. De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag over de reeds gesubsidieerde pg-organisaties en de nieuwe toetreders, genoemd in artikel 2.3, tweede lid, op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
5. Indien na toepassing van het vierde lid het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag niet wordt uitgeput, verdeelt de minister het restant over de nieuwe toetreders, genoemd in artikel 2.3, eerste lid, op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
6. Indien het subsidieplafond voor hoofdstuk 2in het betreffende kalenderjaar niet wordt bereikt, kan de minister het resterende bedrag van het subsidieplafond in hetzelfde kalenderjaar beschikbaar stellen ten behoeve van het subsidieplafond voor hoofdstuk 3, genoemd in artikel 3.3.
2. Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2bedraagt voor het kalenderjaar 2025 € 18.060.000.
3. Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2bedraagt voor het kalenderjaar 2026 € 19.700.000.
4. De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag over de reeds gesubsidieerde pg-organisaties en de nieuwe toetreders, genoemd in artikel 2.3, tweede lid, op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
5. Indien na toepassing van het vierde lid het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag niet wordt uitgeput, verdeelt de minister het restant over de nieuwe toetreders, genoemd in artikel 2.3, eerste lid, op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
6. Indien het subsidieplafond voor hoofdstuk 2in het betreffende kalenderjaar niet wordt bereikt, kan de minister het resterende bedrag van het subsidieplafond in hetzelfde kalenderjaar beschikbaar stellen ten behoeve van het subsidieplafond voor hoofdstuk 3, genoemd in artikel 3.3.