BWBR0048536
Geldig vanaf 01-01-2024
Artikel 7
Beleidsregel verpleging en verzorging
1. Tariefopbouw
De maximumtarieven voor verpleging en verzorging zijn gebaseerd op een kostenonderzoek naar de werkelijke kosten uit het meest recente beschikbare boekjaar (2016) onder aanbieders van verpleging en verzorging. Er zijn normatieve elementen toegevoegd aan de tariefberekening die tegemoet komen aan actuele ontwikkelingen in de markt. De onderbouwing van het tarief is uiteengezet in het verantwoordingsdocument ‘tarieven verpleging en verzorging’, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen.
2. Indexatie
De tarieven worden in beginsel jaarlijks geïndexeerd. De index voor de loonkosten wordt vastgesteld door het Ministerie van VWS. Voor de materiële kosten wordt aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB). Met de brief van 20 september 2022 (kenmerk 3434939-1035019-FEZ) heeft VWS de NZa opdracht gegeven om voor de tariefberekening 2023 incidenteel aan te sluiten op de ramingen uit de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.
Het tarief wordt vastgesteld op basis van een voorcalculatie voor jaar t en de definitieve indices van jaar t-1. De op het tarief toe te passen index is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices waarbij wordt uitgegaan van een aandeel van 90% loonkosten en 10% materiële kosten.
De maximumtarieven voor verpleging en verzorging zijn gebaseerd op een kostenonderzoek naar de werkelijke kosten uit het meest recente beschikbare boekjaar (2016) onder aanbieders van verpleging en verzorging. Er zijn normatieve elementen toegevoegd aan de tariefberekening die tegemoet komen aan actuele ontwikkelingen in de markt. De onderbouwing van het tarief is uiteengezet in het verantwoordingsdocument ‘tarieven verpleging en verzorging’, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen.
2. Indexatie
De tarieven worden in beginsel jaarlijks geïndexeerd. De index voor de loonkosten wordt vastgesteld door het Ministerie van VWS. Voor de materiële kosten wordt aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB). Met de brief van 20 september 2022 (kenmerk 3434939-1035019-FEZ) heeft VWS de NZa opdracht gegeven om voor de tariefberekening 2023 incidenteel aan te sluiten op de ramingen uit de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.
Het tarief wordt vastgesteld op basis van een voorcalculatie voor jaar t en de definitieve indices van jaar t-1. De op het tarief toe te passen index is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices waarbij wordt uitgegaan van een aandeel van 90% loonkosten en 10% materiële kosten.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048536
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl