BWBR0048431
Geldig vanaf 2023-07-22
Artikel 2
Mandaatbesluit Inspectie Justitie en Veiligheid 2023
1. Aan de inspecteur-generaal is voorbehouden:
a. het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen betreffende aangelegenheden: 1°. die het werkterrein van meerdere directies raken, tenzij daarover tussen de betrokken hoofdinspecteur-directeuren en/of directeur overeenstemming bestaat;
2°. waarvan de inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld.
1°. die het werkterrein van meerdere directies raken, tenzij daarover tussen de betrokken hoofdinspecteur-directeuren en/of directeur overeenstemming bestaat;
2°. waarvan de inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld.
b. het vaststellen van: 1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°. besluiten naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet open overheid;
3°. beleidsregels;
4°. de toezichtstrategie, inclusief handhavingsstrategie;
5°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers;
6°. het werkprogramma van de Inspectie Justitie en Veiligheid, het meerjarenperspectief en het jaarbericht.
1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°. besluiten naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet open overheid;
3°. beleidsregels;
4°. de toezichtstrategie, inclusief handhavingsstrategie;
5°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers;
6°. het werkprogramma van de Inspectie Justitie en Veiligheid, het meerjarenperspectief en het jaarbericht.
c. het fungeren als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk ten aanzien van de hoofdinspecteur-directeuren en de directeur.
2. Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheidaan de inspecteur-generaal verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid, ondermandaat verleend aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken.
a. het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen betreffende aangelegenheden: 1°. die het werkterrein van meerdere directies raken, tenzij daarover tussen de betrokken hoofdinspecteur-directeuren en/of directeur overeenstemming bestaat;
2°. waarvan de inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld.
1°. die het werkterrein van meerdere directies raken, tenzij daarover tussen de betrokken hoofdinspecteur-directeuren en/of directeur overeenstemming bestaat;
2°. waarvan de inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld.
b. het vaststellen van: 1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°. besluiten naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet open overheid;
3°. beleidsregels;
4°. de toezichtstrategie, inclusief handhavingsstrategie;
5°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers;
6°. het werkprogramma van de Inspectie Justitie en Veiligheid, het meerjarenperspectief en het jaarbericht.
1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°. besluiten naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet open overheid;
3°. beleidsregels;
4°. de toezichtstrategie, inclusief handhavingsstrategie;
5°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers;
6°. het werkprogramma van de Inspectie Justitie en Veiligheid, het meerjarenperspectief en het jaarbericht.
c. het fungeren als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk ten aanzien van de hoofdinspecteur-directeuren en de directeur.
2. Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheidaan de inspecteur-generaal verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid, ondermandaat verleend aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken.