BWBR0048411
Geldig vanaf 2023-07-18
Artikel 9
Regeling specifieke uitkering IZA-doelen 2023–2026
1. De minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 8, tweede lid, over de vaststelling van de uitkering.
2. Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op ter hoogte van een bedrag per jaar dat bestaat uit de bestedingen in het betreffende jaar, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag per jaar.
3. Indien de informatie ten behoeve van de verantwoording te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.
2. Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op ter hoogte van een bedrag per jaar dat bestaat uit de bestedingen in het betreffende jaar, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag per jaar.
3. Indien de informatie ten behoeve van de verantwoording te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.