BWBR0048376
Geldig vanaf 2023-07-08
Artikel 3
Regeling specifieke uitkering ter voorkoming van jeugdcriminaliteit 2023
1. Een aanvraag bevat in ieder geval:
a. de naam van de aanvragende gemeente;
b. een plan van aanpak ten behoeve van het treffen van maatregelen ter voorkoming van jeugdcriminaliteit;
c. een begroting voor ten hoogste vier jaren van de te ondernemen activiteiten; en
d. het IBAN-nummer waarop het toegekende bedrag kan worden overgemaakt.
2. Het plan van aanpak bedoeld in het eerste lid, onder b, bevat in ieder geval:
a. een analyse van de doelgroep en problematiek;
b. een integraal plan waarin duidelijk wordt hoe lokale, regionale of landelijke partners zijn betrokken bij de planvorming;
c. een aanpak die is toegesneden op de onder a bedoelde doelgroep en problematiek;
d. een beschrijving van de maatregelen en interventies die worden ingezet in het kader van deze aanpak; en
e. een beschrijving van de samenwerking met de justitiële partners in het kader van deze aanpak.
3. De aanvraag van de gemeenten Delft, Dordrecht, Roosendaal en Vlaardingen heeft betrekking op de kosten die worden gemaakt tussen 1 juni 2023 en 1 juni 2026, en wordt voor 24 april 2023 ingediend met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld digitaal aanvraagformulier.
4. De aanvraag van de gemeenten Almere, Enschede, Helmond, ’s-Hertogenbosch, Maastricht, Nijmegen, Sittard-Geleen en Venlo, heeft betrekking op de kosten die gemaakt zullen worden tussen 1 juni 2023 en 1 juni 2026, met dien verstande dat de kosten van 1 juni 2023 tot 1 januari 2024 zien op de voorbereidingskosten ten behoeve van de aanvraag. Deze aanvraag wordt voor 4 oktober 2023 ingediend met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld digitaal aanvraagformulier. Deze aanvraag bevat, in afwijking van het eerste lid, onder c, een begroting voor ten hoogste drie jaren.
a. de naam van de aanvragende gemeente;
b. een plan van aanpak ten behoeve van het treffen van maatregelen ter voorkoming van jeugdcriminaliteit;
c. een begroting voor ten hoogste vier jaren van de te ondernemen activiteiten; en
d. het IBAN-nummer waarop het toegekende bedrag kan worden overgemaakt.
2. Het plan van aanpak bedoeld in het eerste lid, onder b, bevat in ieder geval:
a. een analyse van de doelgroep en problematiek;
b. een integraal plan waarin duidelijk wordt hoe lokale, regionale of landelijke partners zijn betrokken bij de planvorming;
c. een aanpak die is toegesneden op de onder a bedoelde doelgroep en problematiek;
d. een beschrijving van de maatregelen en interventies die worden ingezet in het kader van deze aanpak; en
e. een beschrijving van de samenwerking met de justitiële partners in het kader van deze aanpak.
3. De aanvraag van de gemeenten Delft, Dordrecht, Roosendaal en Vlaardingen heeft betrekking op de kosten die worden gemaakt tussen 1 juni 2023 en 1 juni 2026, en wordt voor 24 april 2023 ingediend met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld digitaal aanvraagformulier.
4. De aanvraag van de gemeenten Almere, Enschede, Helmond, ’s-Hertogenbosch, Maastricht, Nijmegen, Sittard-Geleen en Venlo, heeft betrekking op de kosten die gemaakt zullen worden tussen 1 juni 2023 en 1 juni 2026, met dien verstande dat de kosten van 1 juni 2023 tot 1 januari 2024 zien op de voorbereidingskosten ten behoeve van de aanvraag. Deze aanvraag wordt voor 4 oktober 2023 ingediend met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld digitaal aanvraagformulier. Deze aanvraag bevat, in afwijking van het eerste lid, onder c, een begroting voor ten hoogste drie jaren.