BWBR0048369
Geldig vanaf 2023-07-07
Artikel 22
Subsidieregeling LLO-Katalysator (LLO-professionalisering opleiders 2023–2026)
1. Aan de subsidieontvanger voor een groot project, worden de volgende verplichtingen opgelegd:
a. het project wordt afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee kalenderjaren, gerekend vanaf het moment van subsidieverlening;
b. de subsidieontvanger zendt een voortgangsrapportage aan de minister met gebruikmaking van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld, een jaar na de datum van de subsidieverlening;
c. de subsidieontvanger zendt binnen 13 weken na de afronding van het project, doch uiterlijk binnen 13 weken na het einde van de in onderdeel a bedoelde termijn, een eindrapportage aan de minister, die is opgesteld met gebruikmaking van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld;
d. de subsidieontvanger verleent gedurende de looptijd van de regeling op verzoek van de minister medewerking aan regionale of sectorale bijeenkomsten om aldaar de opgedane inzichten van het project toe te lichten;
e. de subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd;
f. de subsidieontvanger voert met betrekking tot de financiering van en de kosten en inkomsten uit economische activiteiten een gescheiden boekhouding, indien de subsidieontvanger naast niet-economische activiteiten ook economische activiteiten verricht;
g. de activiteiten bevoordelen geen individuele ondernemingen;
h. de subsidieontvanger maakt alle resultaten van activiteiten voor eenieder zonder onderscheid kosteloos toegankelijk;
i. de subsidieontvanger verleent opdrachten aan derden voor uitvoering van de activiteiten, of een deel daarvan, op basis van transparante criteria en tegen marktconforme tarieven en houdt zich aan de toepasselijke wet- en regelgeving;
j. de administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na de vaststelling van de subsidie bewaard.
2. De Minister kan eenmalig de periode voor afronding van het project, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, op aanvraag van de penvoerder verlengen met een periode van minimaal zes maanden en ten hoogste twee jaar. De penvoerder motiveert in zijn aanvraag, met gebruikmaking van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld, waarom het project niet binnen de oorspronkelijke projectperiode kan worden afgerond, alsmede dat met de verzochte en langere projectduur, bij gelijkblijvende subsidiemiddelen, de beoogde projectdoelen alsnog gerealiseerd kunnen worden.
3. Indien de Minister besluit tot verlenging, zendt de subsidieontvanger in aanvulling op het eerste lid, onderdeel b, jaarlijks een voortgangsrapportage aan de Minister op de data opgenomen in de wijzigingsbeschikking, met gebruikmaking van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld.
a. het project wordt afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee kalenderjaren, gerekend vanaf het moment van subsidieverlening;
b. de subsidieontvanger zendt een voortgangsrapportage aan de minister met gebruikmaking van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld, een jaar na de datum van de subsidieverlening;
c. de subsidieontvanger zendt binnen 13 weken na de afronding van het project, doch uiterlijk binnen 13 weken na het einde van de in onderdeel a bedoelde termijn, een eindrapportage aan de minister, die is opgesteld met gebruikmaking van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld;
d. de subsidieontvanger verleent gedurende de looptijd van de regeling op verzoek van de minister medewerking aan regionale of sectorale bijeenkomsten om aldaar de opgedane inzichten van het project toe te lichten;
e. de subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd;
f. de subsidieontvanger voert met betrekking tot de financiering van en de kosten en inkomsten uit economische activiteiten een gescheiden boekhouding, indien de subsidieontvanger naast niet-economische activiteiten ook economische activiteiten verricht;
g. de activiteiten bevoordelen geen individuele ondernemingen;
h. de subsidieontvanger maakt alle resultaten van activiteiten voor eenieder zonder onderscheid kosteloos toegankelijk;
i. de subsidieontvanger verleent opdrachten aan derden voor uitvoering van de activiteiten, of een deel daarvan, op basis van transparante criteria en tegen marktconforme tarieven en houdt zich aan de toepasselijke wet- en regelgeving;
j. de administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na de vaststelling van de subsidie bewaard.
2. De Minister kan eenmalig de periode voor afronding van het project, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, op aanvraag van de penvoerder verlengen met een periode van minimaal zes maanden en ten hoogste twee jaar. De penvoerder motiveert in zijn aanvraag, met gebruikmaking van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld, waarom het project niet binnen de oorspronkelijke projectperiode kan worden afgerond, alsmede dat met de verzochte en langere projectduur, bij gelijkblijvende subsidiemiddelen, de beoogde projectdoelen alsnog gerealiseerd kunnen worden.
3. Indien de Minister besluit tot verlenging, zendt de subsidieontvanger in aanvulling op het eerste lid, onderdeel b, jaarlijks een voortgangsrapportage aan de Minister op de data opgenomen in de wijzigingsbeschikking, met gebruikmaking van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld.