BWBR0048365
Geldig vanaf 2023-07-07
Artikel 24
Subsidieregeling LLO-Katalysator (LLO-oplossingen energie- en grondstoffentransitie 2023–2026)
1. Indien een aanvraag ingevolge artikel 27voor subsidie in aanmerking komt, verleent de minister de subsidie. De Minister besluit binnen 22 weken op de aanvragen voor grote projecten.
2. In afwijking van het eerste lid besluit de Minister voor subsidieaanvragen die zijn toegekend met een aanvullende verplichting als bedoeld in artikel 27, zesde lid, binnen 13 weken na ontvangst van de rapportage, bedoeld in artikel 23, onderdeel d, of het project alsnog als voldoende wordt beoordeeld. Indien de Minister op basis van de rapportage en het advies van de beoordelingscommissie op basis van het toelichtingsgesprek, het project als onvoldoende beoordeelt, kan de subsidieontvanger de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, niet voortzetten. De subsidieontvanger verantwoordt de niet-afgeronde activiteiten onder toepassing van het derde lid.
3. De verantwoording over de verleende subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsmet model G, onderdeel 2.
4. De penvoerder toont via een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
5. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. Niet-bestede middelen worden teruggevorderd.
6. De Minister stelt de subsidie vast binnen een jaar na ontvangst van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de projectperiode.
2. In afwijking van het eerste lid besluit de Minister voor subsidieaanvragen die zijn toegekend met een aanvullende verplichting als bedoeld in artikel 27, zesde lid, binnen 13 weken na ontvangst van de rapportage, bedoeld in artikel 23, onderdeel d, of het project alsnog als voldoende wordt beoordeeld. Indien de Minister op basis van de rapportage en het advies van de beoordelingscommissie op basis van het toelichtingsgesprek, het project als onvoldoende beoordeelt, kan de subsidieontvanger de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, niet voortzetten. De subsidieontvanger verantwoordt de niet-afgeronde activiteiten onder toepassing van het derde lid.
3. De verantwoording over de verleende subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsmet model G, onderdeel 2.
4. De penvoerder toont via een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
5. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. Niet-bestede middelen worden teruggevorderd.
6. De Minister stelt de subsidie vast binnen een jaar na ontvangst van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de projectperiode.