BWBR0048351
Geldig vanaf 2023-07-04
Artikel 6
Subsidieregeling begaafde leerlingen po en vo 2023–2025
1. Het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt verdeeld over de samenwerkingsverbanden wiens aanvragen na toepassing van artikel 8door de minister als voldoende zijn beoordeeld, naar rato van het aantal leerlingen dat op 1 februari 2023 op grond van de Wet op het primair onderwijsof op 1 oktober 2022 op grond van de Wet voortgezet onderwijs 2020ingeschreven stond op de scholen die zijn aangesloten bij het samenwerkingsverband.
2. Het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt verdeeld over de samenwerkingsverbanden wiens aanvragen op grond van artikel 8, eerste lid, door de minister als voldoende zijn beoordeeld. Indien het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt overschreden, wordt het uit te keren bedrag procentueel naar beneden bijgesteld tot het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt bereikt.
3. Per samenwerkingsverband kan ten hoogste één aanvraag worden ingediend voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, en ten hoogste één aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 4.
4. Het subsidiebedrag per leerling bedraagt voor 2023 € 5,66 en voor de kalenderjaren 2024 en 2025 in totaal € 22,65. De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de totale kosten. De dekking van de overige kosten moet uit de begroting blijken. De subsidieaanvraag bevat een getekende verklaring van een eventuele derde partij die bijdraagt in de kosten. Voor de dekking van de kosten waarvoor geen subsidie wordt verstrekt, wordt geen bijdrage van ouders gevraagd. Dit geldt niet voor de subsidieverstrekking op grond van artikel 5, tweede lid.
5. Voor de toepassing van deze regeling in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is het derde lid niet van toepassing en bedraagt het subsidiebedrag per leerling € 5,66 voor 2023 en voor de kalenderjaren 2024 en 2025 in totaal €22,65.
2. Het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt verdeeld over de samenwerkingsverbanden wiens aanvragen op grond van artikel 8, eerste lid, door de minister als voldoende zijn beoordeeld. Indien het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt overschreden, wordt het uit te keren bedrag procentueel naar beneden bijgesteld tot het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt bereikt.
3. Per samenwerkingsverband kan ten hoogste één aanvraag worden ingediend voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, en ten hoogste één aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 4.
4. Het subsidiebedrag per leerling bedraagt voor 2023 € 5,66 en voor de kalenderjaren 2024 en 2025 in totaal € 22,65. De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de totale kosten. De dekking van de overige kosten moet uit de begroting blijken. De subsidieaanvraag bevat een getekende verklaring van een eventuele derde partij die bijdraagt in de kosten. Voor de dekking van de kosten waarvoor geen subsidie wordt verstrekt, wordt geen bijdrage van ouders gevraagd. Dit geldt niet voor de subsidieverstrekking op grond van artikel 5, tweede lid.
5. Voor de toepassing van deze regeling in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is het derde lid niet van toepassing en bedraagt het subsidiebedrag per leerling € 5,66 voor 2023 en voor de kalenderjaren 2024 en 2025 in totaal €22,65.