BWBR0048328
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel III
Wet toekomst pensioenen
Onderdelen A t/m V:
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Onderdeel W:
Het in artikel III, onderdeel B, in <a href="/wet/BWBR0002471/artikel/18a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18a, derde lid</a>, genoemde bedrag wordt vóór toepassing van dat onderdeel vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door de aan het begin van het kalenderjaar 2023 geldende uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet</a>, vermeerderd met de vakantietoeslag, te vermenigvuldigen met de factor 100/75.
Onderdeel X:
Het in artikel III, onderdeel E, in <a href="/wet/BWBR0002471/artikel/18d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18d, tweede lid</a>, genoemde bedrag wordt vóór toepassing van dat onderdeel vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt gesteld op het aan het begin van het kalenderjaar 2023 geldende bedrag dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, rekening houdend met de algemene heffingskorting voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet</a>, nog niet heeft bereikt, gelijk is aan het netto-ouderdomspensioen per maand, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9, vijfde lid, onderdeel a, van die wet,</a>waarbij de nodig geachte afronding wordt aangebracht.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Onderdeel W:
Het in artikel III, onderdeel B, in <a href="/wet/BWBR0002471/artikel/18a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18a, derde lid</a>, genoemde bedrag wordt vóór toepassing van dat onderdeel vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door de aan het begin van het kalenderjaar 2023 geldende uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet</a>, vermeerderd met de vakantietoeslag, te vermenigvuldigen met de factor 100/75.
Onderdeel X:
Het in artikel III, onderdeel E, in <a href="/wet/BWBR0002471/artikel/18d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18d, tweede lid</a>, genoemde bedrag wordt vóór toepassing van dat onderdeel vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt gesteld op het aan het begin van het kalenderjaar 2023 geldende bedrag dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, rekening houdend met de algemene heffingskorting voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet</a>, nog niet heeft bereikt, gelijk is aan het netto-ouderdomspensioen per maand, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9, vijfde lid, onderdeel a, van die wet,</a>waarbij de nodig geachte afronding wordt aangebracht.