BWBR0048308
Geldig vanaf 08-07-2026
Artikel 4
Regeling specifieke uitkering COVID-19-vaccinatie
1. In het bedrag per toegediende vaccinatie, genoemd in artikel 3, derde lid, wordt het aandeel dat bestemd is voor indirecte personele kosten vastgesteld op 26,3%.
2. De minister kan aan een GGD een aanvullende uitkering verstrekken van ten hoogste het verschil tussen:
a. het totaalbedrag dat bestemd is voor indirecte personele kosten op basis van het aantal gerealiseerde vaccinaties in 2025; en
b. het totaalbedrag dat bestemd is voor indirecte personele kosten op basis van het aantal ingeschatte vaccinaties in 2026.
3. Een aanvullende uitkering per GGD als bedoeld in het tweede lid, bedraagt ten hoogste het bedrag zoals genoemd in de vierde kolom van de bijlage bij deze regeling.
2. De minister kan aan een GGD een aanvullende uitkering verstrekken van ten hoogste het verschil tussen:
a. het totaalbedrag dat bestemd is voor indirecte personele kosten op basis van het aantal gerealiseerde vaccinaties in 2025; en
b. het totaalbedrag dat bestemd is voor indirecte personele kosten op basis van het aantal ingeschatte vaccinaties in 2026.
3. Een aanvullende uitkering per GGD als bedoeld in het tweede lid, bedraagt ten hoogste het bedrag zoals genoemd in de vierde kolom van de bijlage bij deze regeling.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048308
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl