BWBR0048262
Geldig vanaf 2023-06-13
Artikel 16
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting
1. De minister kan voor een beoordeling van de juistheid van de informatie die is verstrekt bij de indiening van aanvragen op grond van deze regeling gebruikmaken van de daarvoor noodzakelijke gegevens die zijn opgenomen in registraties op grond van de <a href="/wet/BWBR0004054" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Meststoffenwet</a>, de <a href="/wet/BWBR0030250" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet dieren</a>, de <a href="/wet/BWBR0002252" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Landbouwwet</a>, de Verordening (EU) 2016/429van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 (PB EU 2016, L 84) en de Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035van de Commissie (Pb EU 2019, L 314).
2. De minister kan met het oog op de uitvoering van deze regeling gegevens over aanvragen op grond van deze regelingen verstrekken aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel d respectievelijk f.
3. De minister kan gegevens die de subsidieontvanger heeft verschaft in het kader van de subsidieverstrekking gebruiken voor:
a. het opnemen van depositieruimte in AERIUS Register, bedoeld in afdeling 3.7 van de Omgevingsregeling;
b. de toepassing van de artikelen 1.12f, 1.13b en 1.13c van de Wet natuurbescherming en de artikelen 2.2, 2.3 en 2.4 van het Besluit natuurbescherming, dan wel, na inwerkingtreding van de Omgevingswet: artikel 20.1, eerste lid, van die wet, de artikelen 11.68, 11.69, 11.69a, 11.69c, 12.26b en 12.26c van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de artikelen 10.36dc en 15.5 van het Omgevingsbesluit.
2. De minister kan met het oog op de uitvoering van deze regeling gegevens over aanvragen op grond van deze regelingen verstrekken aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel d respectievelijk f.
3. De minister kan gegevens die de subsidieontvanger heeft verschaft in het kader van de subsidieverstrekking gebruiken voor:
a. het opnemen van depositieruimte in AERIUS Register, bedoeld in afdeling 3.7 van de Omgevingsregeling;
b. de toepassing van de artikelen 1.12f, 1.13b en 1.13c van de Wet natuurbescherming en de artikelen 2.2, 2.3 en 2.4 van het Besluit natuurbescherming, dan wel, na inwerkingtreding van de Omgevingswet: artikel 20.1, eerste lid, van die wet, de artikelen 11.68, 11.69, 11.69a, 11.69c, 12.26b en 12.26c van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de artikelen 10.36dc en 15.5 van het Omgevingsbesluit.