BWBR0048251
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 2
Regeling huisvesting grote gezinnen vergunninghouders 2023
1. De minister kan ten behoeve van de versnelde huisvesting en begeleiding van grote gezinnen vergunninghouders op aanvraag van het college een specifieke uitkering verlenen aan een gemeente voor een project:
a. waarbij een groot gezin gehuisvest moet worden op grond van de taakstelling, bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014;
b. dat ziet op noodzakelijke ingrepen voor het geschikt maken van een object voor bewoning gelet op de omvang van het beoogde grote gezin door aanpassing of transformatie ervan of door plaatsing van een bouwwerk op het perceel van dat object; en
c. dat binnen een jaar na de datum van verlening van de specifieke uitkering besteed en gerealiseerd wordt.
2. Bij toepassing van het eerste lid, onderdeel b, kan de specifieke uitkering ook worden besteed ter verduurzaming van het object, indien dit direct verband houdt met de aanpassing of transformatie ervan voor bewoning door een groot gezin.
3. Bij toepassing van het eerste lid, onderdeel b, kan de specifieke uitkering ook worden besteed voor de huurderving van het object dat ontstaat door de aanpassing of transformatie ervan voor bewoning door een groot gezin.
4. Maximaal 10% van de verleende specifieke uitkering mag worden ingezet voor sociaal beheer en maximaal 5% van de verleende specifieke uitkering mag worden ingezet voor noodzakelijke projectkosten.
5. Er wordt geen specifieke uitkering verleend, in geval al met de bouwwerkzaamheden van een project is gestart of een project al is gerealiseerd.
a. waarbij een groot gezin gehuisvest moet worden op grond van de taakstelling, bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014;
b. dat ziet op noodzakelijke ingrepen voor het geschikt maken van een object voor bewoning gelet op de omvang van het beoogde grote gezin door aanpassing of transformatie ervan of door plaatsing van een bouwwerk op het perceel van dat object; en
c. dat binnen een jaar na de datum van verlening van de specifieke uitkering besteed en gerealiseerd wordt.
2. Bij toepassing van het eerste lid, onderdeel b, kan de specifieke uitkering ook worden besteed ter verduurzaming van het object, indien dit direct verband houdt met de aanpassing of transformatie ervan voor bewoning door een groot gezin.
3. Bij toepassing van het eerste lid, onderdeel b, kan de specifieke uitkering ook worden besteed voor de huurderving van het object dat ontstaat door de aanpassing of transformatie ervan voor bewoning door een groot gezin.
4. Maximaal 10% van de verleende specifieke uitkering mag worden ingezet voor sociaal beheer en maximaal 5% van de verleende specifieke uitkering mag worden ingezet voor noodzakelijke projectkosten.
5. Er wordt geen specifieke uitkering verleend, in geval al met de bouwwerkzaamheden van een project is gestart of een project al is gerealiseerd.