BWBR0048202
Geldig vanaf 01-06-2023
Artikel 9
Beleidsregel experiment Wlz-zorg in onderwijstijd
1. De startdatum van het experiment is of op 1 september of op 1 januari in de periode 1 september 2022 tot en met 1 september 2024. Het laatste moment waarop gestart kan worden met het experiment is op 1 september 2024.
2. Een experiment heeft een looptijd van maximaal drie jaar en eindigt uiterlijk op 1 september 2025. Een experiment eindigt eerder indien de deelnemers dit in de aanvraag hebben opgenomen dan wel tussentijds gezamenlijk overeenkomen.
3. Indien de deelnemers een experiment eerder wensen te beëindigen of niet meer voldoen aan de in artikel 4 genoemde uitgangspunten, melden zij dit op het eerst mogelijke moment bij de NZa.
4. De NZa kan met onmiddellijke ingang een experiment beëindigen, in ieder geval indien:
• een experiment niet meer valt onder de reikwijdte van deze beleidsregel, als bedoeld in artikel 3 van deze beleidsregel;
• een experiment naar het oordeel van de NZa niet meer voldoet aan een uitgangspunt als bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregel;
• op verzoek van één of meer van de deelnemers als bedoeld in artikel 9 lid 3 van deze beleidsregel.
5. Indien de NZa van oordeel is dat zij van haar recht als bedoeld in artikel 9 lid 4 van deze beleidsregel gebruik dient te maken, informeert de NZa onverwijld de Minister voor Langdurige Zorg en Sport.
2. Een experiment heeft een looptijd van maximaal drie jaar en eindigt uiterlijk op 1 september 2025. Een experiment eindigt eerder indien de deelnemers dit in de aanvraag hebben opgenomen dan wel tussentijds gezamenlijk overeenkomen.
3. Indien de deelnemers een experiment eerder wensen te beëindigen of niet meer voldoen aan de in artikel 4 genoemde uitgangspunten, melden zij dit op het eerst mogelijke moment bij de NZa.
4. De NZa kan met onmiddellijke ingang een experiment beëindigen, in ieder geval indien:
• een experiment niet meer valt onder de reikwijdte van deze beleidsregel, als bedoeld in artikel 3 van deze beleidsregel;
• een experiment naar het oordeel van de NZa niet meer voldoet aan een uitgangspunt als bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregel;
• op verzoek van één of meer van de deelnemers als bedoeld in artikel 9 lid 3 van deze beleidsregel.
5. Indien de NZa van oordeel is dat zij van haar recht als bedoeld in artikel 9 lid 4 van deze beleidsregel gebruik dient te maken, informeert de NZa onverwijld de Minister voor Langdurige Zorg en Sport.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048202
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl