BWBR0048194
Geldig vanaf 2023-06-01
Artikel 3
Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties verkeersveiligheidsauditors en bijzondere verkeersveiligheidsinspecteurs
1. Indien bij de toepassing van artikel 11, eerste, tweede en derde lid, van de wetis gebleken dat de kennis en ervaring van de aanvrager wezenlijk verschilt van de inhoudsgebieden die deel uitmaken van de opleiding of het examen tot verkeersveiligheidsauditor of bijzondere verkeersveiligheidsinspecteur als bedoeld in het Besluit verkeersveiligheid weginfrastructuur, en dat het daardoor noodzakelijk is dat een aanpassingsstage wordt doorlopen of proeve van bekwaamheid wordt afgelegd, maakt de aanvrager zijn keuze voor een proeve van bekwaamheid of een aanpassingsstage binnen een daartoe door de Minister gestelde termijn kenbaar.
2. Indien de aanvrager voor een aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid in aanmerking wenst te komen, stelt de Minister vast met betrekking tot welke inhoudsgebieden de aanvrager de proeve van bekwaamheid aflegt of met betrekking tot welke inhoudsgebieden de aanvrager de aanpassingsstage doorloopt, alsmede de termijn waarbinnen dit geschiedt.
3. De proeve van bekwaamheid wordt afgelegd bij de Minister. De Minister beoordeelt de proeve van bekwaamheid aan de hand van de voor het desbetreffende beroep in Nederland geldende exameneisen.
4. De Minister beoordeelt aan de hand van de voor het desbetreffende beroep in Nederland geldende exameneisen of de aanvrager, na het doorlopen van de aanpassingsstage, de door de Minister vastgestelde inhoudsgebieden bedoeld in het tweede lid, in voldoende mate beheerst.
2. Indien de aanvrager voor een aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid in aanmerking wenst te komen, stelt de Minister vast met betrekking tot welke inhoudsgebieden de aanvrager de proeve van bekwaamheid aflegt of met betrekking tot welke inhoudsgebieden de aanvrager de aanpassingsstage doorloopt, alsmede de termijn waarbinnen dit geschiedt.
3. De proeve van bekwaamheid wordt afgelegd bij de Minister. De Minister beoordeelt de proeve van bekwaamheid aan de hand van de voor het desbetreffende beroep in Nederland geldende exameneisen.
4. De Minister beoordeelt aan de hand van de voor het desbetreffende beroep in Nederland geldende exameneisen of de aanvrager, na het doorlopen van de aanpassingsstage, de door de Minister vastgestelde inhoudsgebieden bedoeld in het tweede lid, in voldoende mate beheerst.