BWBR0048193
Geldig vanaf 2023-06-01
Artikel 10
Besluit verkeersveiligheid weginfrastructuur
1. De beheerder van een weg beslist op basis van de resultaten van een procedure als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, d of f, zo spoedig mogelijk of het uitvoeren van een gerichte verkeersveiligheidsinspectie dan wel het direct treffen van verbeteringsmaatregelen nodig is.
2. Een gerichte verkeersveiligheidsinspectie is een gericht onderzoek ter opsporing van gevaarlijke omstandigheden, gebreken en problemen die het risico op ongevallen en lichamelijk letsel verhogen, aan de hand van een bezoek ter plaatse aan een bestaande weg of een weggedeelte.
3. De beheerder van een weg laat gerichte verkeersveiligheidsinspecties uitvoeren door deskundigenteams. Ten minste één lid van een deskundigenteam is een bijzondere verkeersveiligheidsinspecteur.
4. Bij een gerichte verkeersveiligheidsinspectie wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de elementen, genoemd in bijlage II bis bij richtlijn 2008/96/EG.
5. De beheerder van een weg beslist op basis van de resultaten van een gerichte verkeersveiligheidsinspectie zo spoedig mogelijk of het treffen van verbeteringsmaatregelen nodig is.
6. Verbeteringsmaatregelen worden in de eerste plaats gericht op:
a. weggedeelten met een laag veiligheidsniveau, en
b. weggedeelten waar een groot potentieel is voor de verbetering van de verkeersveiligheid en veel ongevalskosten kunnen worden bespaard.
7. De beheerder van een weg stelt een actieplan met risicoprioritering op aan de hand waarvan hij de uitvoering van de verbeteringsmaatregelen kan monitoren.
2. Een gerichte verkeersveiligheidsinspectie is een gericht onderzoek ter opsporing van gevaarlijke omstandigheden, gebreken en problemen die het risico op ongevallen en lichamelijk letsel verhogen, aan de hand van een bezoek ter plaatse aan een bestaande weg of een weggedeelte.
3. De beheerder van een weg laat gerichte verkeersveiligheidsinspecties uitvoeren door deskundigenteams. Ten minste één lid van een deskundigenteam is een bijzondere verkeersveiligheidsinspecteur.
4. Bij een gerichte verkeersveiligheidsinspectie wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de elementen, genoemd in bijlage II bis bij richtlijn 2008/96/EG.
5. De beheerder van een weg beslist op basis van de resultaten van een gerichte verkeersveiligheidsinspectie zo spoedig mogelijk of het treffen van verbeteringsmaatregelen nodig is.
6. Verbeteringsmaatregelen worden in de eerste plaats gericht op:
a. weggedeelten met een laag veiligheidsniveau, en
b. weggedeelten waar een groot potentieel is voor de verbetering van de verkeersveiligheid en veel ongevalskosten kunnen worden bespaard.
7. De beheerder van een weg stelt een actieplan met risicoprioritering op aan de hand waarvan hij de uitvoering van de verbeteringsmaatregelen kan monitoren.