BWBR0048157
Geldig vanaf 2023-05-16
Artikel 2.8
Regeling specifieke uitkering Meerkosten Energie Openbare Zwembaden
1. De minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 2.7, over de vaststelling van de specifieke uitkering.
2. Indien is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de specifieke uitkering, wordt de specifieke uitkering vastgesteld op ten hoogste:
a. het voorschot meerkosten 2022; en
b. indien de daadwerkelijke meerkosten 2023 lager zijn dan het voorschot meerkosten 2023, het voorschot meerkosten 2023 minus de daadwerkelijke meerkosten 2023; of
c. indien de daadwerkelijke meerkosten 2023 gelijk zijn aan of hoger zijn dan het voorschot meerkosten 2023, het voorschot meerkosten 2023, waarbij de daadwerkelijke meerkosten 2023 worden berekend aan de hand van de volgende formules:
Daadwerkelijke meerkosten Q1 2023 = ((¼ x Pz – (R x ¼ x Vz)) x 0,6
Daadwerkelijke meerkosten Q2 2023 = ((¼ x Pz – (R x ¼ x Vz)) x 0,5
Daadwerkelijke meerkosten Q3 2023 = ((¼ x Pz – (R x ¼ x Vz)) x 0,4
Daadwerkelijke meerkosten Q4 2023 = ((¼ x Pz – (R x ¼ x Vz)) x 0,3
waarbij wordt verstaan onder:
Pz: de gerealiseerde energiekosten 2023;
R: referentietarief 2019; en
Vz: energieverbruik 2023.
2. Indien is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de specifieke uitkering, wordt de specifieke uitkering vastgesteld op ten hoogste:
a. het voorschot meerkosten 2022; en
b. indien de daadwerkelijke meerkosten 2023 lager zijn dan het voorschot meerkosten 2023, het voorschot meerkosten 2023 minus de daadwerkelijke meerkosten 2023; of
c. indien de daadwerkelijke meerkosten 2023 gelijk zijn aan of hoger zijn dan het voorschot meerkosten 2023, het voorschot meerkosten 2023, waarbij de daadwerkelijke meerkosten 2023 worden berekend aan de hand van de volgende formules:
Daadwerkelijke meerkosten Q1 2023 = ((¼ x Pz – (R x ¼ x Vz)) x 0,6
Daadwerkelijke meerkosten Q2 2023 = ((¼ x Pz – (R x ¼ x Vz)) x 0,5
Daadwerkelijke meerkosten Q3 2023 = ((¼ x Pz – (R x ¼ x Vz)) x 0,4
Daadwerkelijke meerkosten Q4 2023 = ((¼ x Pz – (R x ¼ x Vz)) x 0,3
waarbij wordt verstaan onder:
Pz: de gerealiseerde energiekosten 2023;
R: referentietarief 2019; en
Vz: energieverbruik 2023.