BWBR0048122
Geldig vanaf 03-05-2023
Artikel 7
Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2023
1. Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de Wlz-uitvoerders voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van de Wlz-uitvoerders bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv als volgt:
a. een bedrag van € 2,583 miljoen op basis van een gelijk bedrag per Wlz-uitvoerder;
b. een bedrag van € 3,104 miljoen op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 30 juni van jaar t-1 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz;
c. een bedrag van € 1,533 miljoen voor crisisinterventieteams op basis van een opgave van ZN;
d. een bedrag van € 1,400 miljoen voor de pilot Volwaardig leven op basis van een opgave van ZN;
e. een bedrag van € 9,643 miljoen voor zorgkosten voor cliëntvertrouwenspersoon op basis van een opgave van ZN;
f. een bedrag van € 0,281 miljoen voor beheerskosten voor cliëntvertrouwenspersoon op basis van een opgave van ZN;
g. een bedrag van € 22,539 miljoen voor onafhankelijke cliëntondersteuning op basis van een opgave van ZN;
h. een correctie met een bedrag per Wlz-uitvoerder dat bij de overgang naar een nieuwe verdeelsystematiek in 2022 is vastgelegd voor de periode 2022 tot en met 2026. Dit bedrag is opgenomen in onderstaande tabel;
i. een correctie met een bedrag dat voortvloeit uit het flankerend beleid dat bij de overgang naar een nieuwe verdeelsystematiek in 2022 is vastgelegd voor de periode 2022 tot en met 2023. Dit bedrag wordt berekend door het percentage, zoals per Wlz-uitvoerder vermeld in onderstaande tabel te vermenigvuldigen met de som van de structurele macrobudgetten van de Wlz-uitvoerders en de Wlz-uitvoerders met een zorgkantoorfunctie. Dit percentage is opgenomen in onderstaande tabel;
j. het na toepassing van de onderdelen a tot en i resterende budget voor de Wlz-uitvoerders wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 30 juni van jaar t-1 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz.
2. Indien het Zorginstituut geen opgave van ZN ontvangt voor de verdeling van een geoormerkt bedrag, verdeelt het Zorginstituut het bedrag op basis van het aantal ingeschreven verzekerden op 30 juni van jaar t-1 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz.
[tabel]
a. een bedrag van € 2,583 miljoen op basis van een gelijk bedrag per Wlz-uitvoerder;
b. een bedrag van € 3,104 miljoen op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 30 juni van jaar t-1 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz;
c. een bedrag van € 1,533 miljoen voor crisisinterventieteams op basis van een opgave van ZN;
d. een bedrag van € 1,400 miljoen voor de pilot Volwaardig leven op basis van een opgave van ZN;
e. een bedrag van € 9,643 miljoen voor zorgkosten voor cliëntvertrouwenspersoon op basis van een opgave van ZN;
f. een bedrag van € 0,281 miljoen voor beheerskosten voor cliëntvertrouwenspersoon op basis van een opgave van ZN;
g. een bedrag van € 22,539 miljoen voor onafhankelijke cliëntondersteuning op basis van een opgave van ZN;
h. een correctie met een bedrag per Wlz-uitvoerder dat bij de overgang naar een nieuwe verdeelsystematiek in 2022 is vastgelegd voor de periode 2022 tot en met 2026. Dit bedrag is opgenomen in onderstaande tabel;
i. een correctie met een bedrag dat voortvloeit uit het flankerend beleid dat bij de overgang naar een nieuwe verdeelsystematiek in 2022 is vastgelegd voor de periode 2022 tot en met 2023. Dit bedrag wordt berekend door het percentage, zoals per Wlz-uitvoerder vermeld in onderstaande tabel te vermenigvuldigen met de som van de structurele macrobudgetten van de Wlz-uitvoerders en de Wlz-uitvoerders met een zorgkantoorfunctie. Dit percentage is opgenomen in onderstaande tabel;
j. het na toepassing van de onderdelen a tot en i resterende budget voor de Wlz-uitvoerders wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 30 juni van jaar t-1 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz.
2. Indien het Zorginstituut geen opgave van ZN ontvangt voor de verdeling van een geoormerkt bedrag, verdeelt het Zorginstituut het bedrag op basis van het aantal ingeschreven verzekerden op 30 juni van jaar t-1 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz.
[tabel]
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048122
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl