BWBR0048116
Geldig vanaf 2023-05-02
Artikel 3
Regeling periodieke verstrekking systematische toezichtinformatie vve en lea
1. Het college verstrekt aan de minister jaarlijks gegevens over de uitvoering van de aan het college bij of krachtens de wet opgedragen taken in het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
2. Onder de opgedragen taken, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval verstaan:
a. het zorgdragen voor voldoende voorzieningen met voorschoolse educatie in aantal en spreiding in de gemeente als bedoeld in het eerste lid van artikel 159 van de Wet op het primair onderwijs;
b. het voeren van ten minste jaarlijks overleg en het maken van afspraken met het oog op een zo groot mogelijke deelname van het aantal kinderen aan voorschoolse educatie waaraan alle bevoegde gezagsorganen van scholen, als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, en de houders van kindercentra, als bedoeld in de Wet kinderopvang, in de gemeente meewerken aan de totstandkoming, als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en het tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op het primair onderwijs, over: 1°. het vaststellen welke kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal in aanmerking komen voor voorschoolse educatie,
2°. de wijze waarop die kinderen worden toe geleid naar voorschoolse en vroegschoolse educatie, en
3°. de organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie;
1°. het vaststellen welke kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal in aanmerking komen voor voorschoolse educatie,
2°. de wijze waarop die kinderen worden toe geleid naar voorschoolse en vroegschoolse educatie, en
3°. de organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie;
c. het voeren van ten minste jaarlijks overleg en het maken van afspraken waaraan alle bevoegde gezagsorganen van scholen, als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, in de gemeente meewerken aan de totstandkoming, over resultaten van vroegschoolse educatie, als bedoeld in artikel 160, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op het primair onderwijs;
d. het voeren van tenminste jaarlijks overleg, als bedoeld in artikel 161, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, met de bevoegde gezagsorganen van de scholen, als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, en de kinderopvang in de gemeente over: 1°. het voorkomen van segregatie;
2°. het bevorderen van integratie;
3°. het bestrijden van onderwijsachterstanden;
4°. de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; en
1°. het voorkomen van segregatie;
2°. het bevorderen van integratie;
3°. het bestrijden van onderwijsachterstanden;
4°. de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; en
e. het voeren van ten minste jaarlijks op overeenstemming gericht overleg, als bedoeld in artikel 3.42 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met de bevoegde gezagsorganen van de scholen, als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020, in de gemeente over: 1°. het voorkomen van segregatie;
2°. het bevorderen van integratie;
3°. het bestrijden van onderwijsachterstanden;
4°. de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; en
1°. het voorkomen van segregatie;
2°. het bevorderen van integratie;
3°. het bestrijden van onderwijsachterstanden;
4°. de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; en
2. Onder de opgedragen taken, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval verstaan:
a. het zorgdragen voor voldoende voorzieningen met voorschoolse educatie in aantal en spreiding in de gemeente als bedoeld in het eerste lid van artikel 159 van de Wet op het primair onderwijs;
b. het voeren van ten minste jaarlijks overleg en het maken van afspraken met het oog op een zo groot mogelijke deelname van het aantal kinderen aan voorschoolse educatie waaraan alle bevoegde gezagsorganen van scholen, als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, en de houders van kindercentra, als bedoeld in de Wet kinderopvang, in de gemeente meewerken aan de totstandkoming, als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en het tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op het primair onderwijs, over: 1°. het vaststellen welke kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal in aanmerking komen voor voorschoolse educatie,
2°. de wijze waarop die kinderen worden toe geleid naar voorschoolse en vroegschoolse educatie, en
3°. de organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie;
1°. het vaststellen welke kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal in aanmerking komen voor voorschoolse educatie,
2°. de wijze waarop die kinderen worden toe geleid naar voorschoolse en vroegschoolse educatie, en
3°. de organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie;
c. het voeren van ten minste jaarlijks overleg en het maken van afspraken waaraan alle bevoegde gezagsorganen van scholen, als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, in de gemeente meewerken aan de totstandkoming, over resultaten van vroegschoolse educatie, als bedoeld in artikel 160, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op het primair onderwijs;
d. het voeren van tenminste jaarlijks overleg, als bedoeld in artikel 161, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, met de bevoegde gezagsorganen van de scholen, als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, en de kinderopvang in de gemeente over: 1°. het voorkomen van segregatie;
2°. het bevorderen van integratie;
3°. het bestrijden van onderwijsachterstanden;
4°. de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; en
1°. het voorkomen van segregatie;
2°. het bevorderen van integratie;
3°. het bestrijden van onderwijsachterstanden;
4°. de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; en
e. het voeren van ten minste jaarlijks op overeenstemming gericht overleg, als bedoeld in artikel 3.42 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met de bevoegde gezagsorganen van de scholen, als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020, in de gemeente over: 1°. het voorkomen van segregatie;
2°. het bevorderen van integratie;
3°. het bestrijden van onderwijsachterstanden;
4°. de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; en
1°. het voorkomen van segregatie;
2°. het bevorderen van integratie;
3°. het bestrijden van onderwijsachterstanden;
4°. de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; en