BWBR0048114
Geldig vanaf 2023-04-29
Artikel 2
Instellingsbesluit Commissie advies versterking intern toezicht Defensie
1. Er is een Commissie advies versterking toezicht binnen het Ministerie van Defensie;
2. De commissie heeft tot taak de secretaris-generaal onafhankelijk te adviseren aangaande de kwaliteit, toekomstbestendigheid en benodigde onafhankelijkheid van het toezicht, zoals door de toezichthouders binnen het Ministerie van Defensie wordt uitgeoefend onder ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister. Als ijkpunt geldt daarbij het door de toezichthouders geformuleerde uitgangspunt dat toezicht naast beleid en uitvoering, zoals vastgelegd in het besluit Besturen Bij Defensie, daadwerkelijk een gelijkwaardige positie dient te verkrijgen en dat de onderlinge band, de uitwisseling van kennis en informatie en de samenwerking tussen de toezichthouders bevorderd dient te worden;
3. De adviesaanvraag, bedoeld in het tweede lid, valt uiteen in de volgende deelvragen:
a. Het coalitieakkoord pleit voor een betere borging van de onafhankelijkheid van inspecties. Het kabinet zal daartoe een voorstel uitwerken voor een Wet op de rijksinspecties (p. 6). In hoeverre kan dit beoogde wettelijke kader bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit en het versterken van de samenhang van het toezicht binnen Defensie?
b. Hoe ziet de huidige inrichting van het toezicht er uit, gespecificeerd per afzonderlijke toezichthouder binnen Defensie?
c. In hoeverre draagt het thans bestaande Toezichtberaad, waaraan de verschillende toezichthouders binnen het Ministerie van Defensie deelnemen, bij aan het verbeteren van de kwaliteit en het versterken van de samenhang van het toezicht binnen Defensie?
d. Welke opvattingen bestaan er bij de verschillende toezichthouders binnen Defensie ten aanzien van de bestaande en de gewenste samenwerkingsvorm, de daaraan te koppelen organisatiestructuur en de benodigde maatregelen, alvorens tot een andere samenwerkingsvorm overgegaan kan worden?
e. In hoeverre kan het onderbrengen van meerdere of alle toezichthouders in één nieuwe toezichtorganisatie een substantiële bijdrage leveren aan een verbetering van de kwaliteit en versterking van de samenhang van het toezicht binnen Defensie? Besteed bij het beantwoorden van deze vraag in elk geval aandacht aan de randvoorwaarden die daarbij in acht genomen dienen te worden ten aanzien van de verschillende toezichtdomeinen, instrumentaria en bestaande samenwerking met externe toezichthouders, alsmede aan de voor- en nadelen van een dergelijke reorganisatie.
4. In haar advies, waarin zij aanbevelingen doet over de wijze waarop de kwaliteit, toekomstbestendigheid en benodigde onafhankelijkheid van het toezicht door de toezichthouders binnen Defensie verbeterd en versterkt kan worden, besteedt zij aandacht aan de gewenste samenwerkingsvorm(en) die hiertoe bij kunnen dragen, inclusief de daarbij benodigde maatregelen alvorens tot de gewenste samenwerkingsvorm overgegaan kan worden. Daarbij zal het adagium ‘vorm volgt inhoud’ als uitgangspunt hebben te gelden.
2. De commissie heeft tot taak de secretaris-generaal onafhankelijk te adviseren aangaande de kwaliteit, toekomstbestendigheid en benodigde onafhankelijkheid van het toezicht, zoals door de toezichthouders binnen het Ministerie van Defensie wordt uitgeoefend onder ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister. Als ijkpunt geldt daarbij het door de toezichthouders geformuleerde uitgangspunt dat toezicht naast beleid en uitvoering, zoals vastgelegd in het besluit Besturen Bij Defensie, daadwerkelijk een gelijkwaardige positie dient te verkrijgen en dat de onderlinge band, de uitwisseling van kennis en informatie en de samenwerking tussen de toezichthouders bevorderd dient te worden;
3. De adviesaanvraag, bedoeld in het tweede lid, valt uiteen in de volgende deelvragen:
a. Het coalitieakkoord pleit voor een betere borging van de onafhankelijkheid van inspecties. Het kabinet zal daartoe een voorstel uitwerken voor een Wet op de rijksinspecties (p. 6). In hoeverre kan dit beoogde wettelijke kader bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit en het versterken van de samenhang van het toezicht binnen Defensie?
b. Hoe ziet de huidige inrichting van het toezicht er uit, gespecificeerd per afzonderlijke toezichthouder binnen Defensie?
c. In hoeverre draagt het thans bestaande Toezichtberaad, waaraan de verschillende toezichthouders binnen het Ministerie van Defensie deelnemen, bij aan het verbeteren van de kwaliteit en het versterken van de samenhang van het toezicht binnen Defensie?
d. Welke opvattingen bestaan er bij de verschillende toezichthouders binnen Defensie ten aanzien van de bestaande en de gewenste samenwerkingsvorm, de daaraan te koppelen organisatiestructuur en de benodigde maatregelen, alvorens tot een andere samenwerkingsvorm overgegaan kan worden?
e. In hoeverre kan het onderbrengen van meerdere of alle toezichthouders in één nieuwe toezichtorganisatie een substantiële bijdrage leveren aan een verbetering van de kwaliteit en versterking van de samenhang van het toezicht binnen Defensie? Besteed bij het beantwoorden van deze vraag in elk geval aandacht aan de randvoorwaarden die daarbij in acht genomen dienen te worden ten aanzien van de verschillende toezichtdomeinen, instrumentaria en bestaande samenwerking met externe toezichthouders, alsmede aan de voor- en nadelen van een dergelijke reorganisatie.
4. In haar advies, waarin zij aanbevelingen doet over de wijze waarop de kwaliteit, toekomstbestendigheid en benodigde onafhankelijkheid van het toezicht door de toezichthouders binnen Defensie verbeterd en versterkt kan worden, besteedt zij aandacht aan de gewenste samenwerkingsvorm(en) die hiertoe bij kunnen dragen, inclusief de daarbij benodigde maatregelen alvorens tot de gewenste samenwerkingsvorm overgegaan kan worden. Daarbij zal het adagium ‘vorm volgt inhoud’ als uitgangspunt hebben te gelden.