BWBR0048064
Geldig vanaf 2023-09-01
Artikel 12
Uitvoeringswet verordening terroristische online-inhoud
1. De Autoriteit is bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete bij overtreding van:
a. artikel 3, derde en zesde lid, en artikel 4, tweede en zevende lid, van de verordening;
b. artikel 5, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, artikelen 6, 7, 10, 11, 14, vijfde lid, artikel 15, eerste lid, en artikel 17 van de verordening.
2. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste:
a. het bedrag dat is vastgesteld voor de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. Indien de overtreding bestaat uit het systematisch of aanhoudend overtreden van artikel 3, derde lid, van de verordening, bedraagt de op te leggen bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrechtof, indien dat meer is, ten hoogste 4% van de mondiale omzet van de onderneming onderscheidenlijk indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.
a. artikel 3, derde en zesde lid, en artikel 4, tweede en zevende lid, van de verordening;
b. artikel 5, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, artikelen 6, 7, 10, 11, 14, vijfde lid, artikel 15, eerste lid, en artikel 17 van de verordening.
2. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste:
a. het bedrag dat is vastgesteld voor de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. Indien de overtreding bestaat uit het systematisch of aanhoudend overtreden van artikel 3, derde lid, van de verordening, bedraagt de op te leggen bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrechtof, indien dat meer is, ten hoogste 4% van de mondiale omzet van de onderneming onderscheidenlijk indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.