BWBR0048058
Geldig vanaf 2023-04-18
Artikel 2
Instellingsbesluit Begeleidingscommissie herinrichting academisch zorglandschap
1. Er is een Begeleidingscommissie herinrichting academisch zorglandschap in vervolg op de concentratie interventies bij aangeboren hartafwijkingen.
2. De commissie heeft tot taak:
a. Het ondersteunen en adviseren van de Nederlandse federatie van universitaire medische centra bij de herinrichting van het academisch zorglandschap voortvloeiend uit het besluit van de Minister over de concentratie van de interventies bij patiënten met aangeboren hartafwijkingen;
b. Het stimuleren van de universitaire medische centra om met betekenisvolle, realistische en implementeerbare voorstellen te komen over herinrichting van het academisch zorglandschap. Daarbij moet ook expliciet aandacht zijn voor mitigerende maatregelen om aan de ongewenste effecten bij de latende centra tegemoet te komen;
c. Het volgen van de voortgang van dit proces en het op de hoogte houden van de Minister van deze voortgang;
d. Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de Minister over de voortgang van de herinrichting van het academisch zorglandschap binnen het bestaande beleid rond concentratie en spreiding van zorg;
e. Het daar waar stagnatie in het proces dreigt, bemiddelend en adviserend handelen;
f. Het borgen van goede betrokkenheid van patiëntenorganisaties en waar relevant, ook van zorgprofessionals en zorgverzekeraars.
3. De commissie rapporteert periodiek aan de Minister over haar bevindingen.
2. De commissie heeft tot taak:
a. Het ondersteunen en adviseren van de Nederlandse federatie van universitaire medische centra bij de herinrichting van het academisch zorglandschap voortvloeiend uit het besluit van de Minister over de concentratie van de interventies bij patiënten met aangeboren hartafwijkingen;
b. Het stimuleren van de universitaire medische centra om met betekenisvolle, realistische en implementeerbare voorstellen te komen over herinrichting van het academisch zorglandschap. Daarbij moet ook expliciet aandacht zijn voor mitigerende maatregelen om aan de ongewenste effecten bij de latende centra tegemoet te komen;
c. Het volgen van de voortgang van dit proces en het op de hoogte houden van de Minister van deze voortgang;
d. Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de Minister over de voortgang van de herinrichting van het academisch zorglandschap binnen het bestaande beleid rond concentratie en spreiding van zorg;
e. Het daar waar stagnatie in het proces dreigt, bemiddelend en adviserend handelen;
f. Het borgen van goede betrokkenheid van patiëntenorganisaties en waar relevant, ook van zorgprofessionals en zorgverzekeraars.
3. De commissie rapporteert periodiek aan de Minister over haar bevindingen.