BWBR0048035
Geldig vanaf 2023-04-07
Artikel 5.1
Tijdelijke subsidieregeling tegemoetkoming blokaansluitingen
1. De subsidieontvanger brengt de tegemoetkoming voor bewoners van wooneenheden die op een blokaansluiting voor elektriciteit zijn aangesloten, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, of de tegemoetkoming voor bewoners van wooneenheden die op een blokaansluiting voor warmte zijn aangesloten, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, volledig in mindering of laat die in mindering brengen op de betalingsverplichtingen voor de kosten voor elektriciteit of warmte in 2023 van bewoners waarbij:
a. de hoogte van het in mindering te brengen bedrag per wooneenheid in verhouding staat tot de wijze van verdeling van de kosten voor elektriciteit of warmte voor het gehele jaar 2023 over de wooneenheden; en
b. wordt aangesloten bij de periodiciteit waarmee de kosten voor elektriciteit of warmte voor het gehele jaar 2023 in rekening zijn of worden gebracht bij de bewoners.
2. De subsidieontvanger doet schriftelijk mededeling aan de bewoners over de wijze waarop de tegemoetkoming in mindering wordt gebracht op de betalingsverplichtingen binnen twee weken na het ontvangen van de subsidiebeschikking.
3. In afwijking van het eerste lid brengt de subsidieontvanger de tegemoetkoming volledig in mindering of laat die in mindering brengen op de betalingsverplichtingen die zijn vastgelegd in de huurovereenkomst, indien de huurovereenkomst meer omvat dan het enkele gebruik van de woonruimte en bij die overeenkomst slechts de hoogte van de betalingsverplichtingen en niet de hoogte van de huurprijs en het voorschot van de kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten, zijn vastgesteld, waarbij:
a. de hoogte van het in mindering te brengen bedrag per wooneenheid in verhouding staat tot de wijze van verdeling van de betalingsverplichtingen voor het gehele jaar 2023 over de wooneenheden; en
b. wordt aangesloten bij de periodiciteit waarmee de betalingsverplichtingen voor het gehele jaar 2023 in rekening zijn of worden gebracht bij de bewoners.
4. Indien een bewoner gedurende 2023 is verhuisd en het op 1 januari 2025 niet mogelijk is gebleken voor de subsidieontvanger om de tegemoetkoming aan die bewoner ten goede te laten komen, dan laat de subsidieontvanger in afwijking van het eerste en derde lid die tegemoetkoming ten goede komen aan de bewoners op dat moment overeenkomstig de wijze van verdeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of het derde lid, onderdeel a.
5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan de hoogte van het in mindering te brengen bedrag in verhouding staan tot het gedeelte van 2023 waarvoor energiekosten voor een wooneenheid bij de bewoner in rekening zijn gebracht en het aandeel van die wooneenheid in het totale vloeroppervlak van de wooneenheden achter de blokaansluiting, indien de wijze van verdeling van de kosten voor elektriciteit of warmte in 2023 in verhouding staat tot het aandeel per wooneenheid in het totale energieverbruik en:
a. het jaar waarvoor de kosten voor elektriciteit of warmte in rekening worden gebracht, niet gelijk is aan een kalenderjaar; of
b. zowel wooneenheden als andere eenheden op de blokaansluiting zijn aangesloten.
6. Indien wordt voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van het vijfde lid, maar het aandeel per wooneenheid in het totale vloeroppervlak van de wooneenheden achter de blokaansluiting niet bekend is bij de subsidieontvanger, kan de hoogte van het in mindering te brengen bedrag het product zijn van het gedeelte van 2023 waarvoor energiekosten voor een wooneenheid bij de bewoner in rekening zijn gebracht, en:
a. € 915,05 voor de tegemoetkoming voor elektriciteit voor een zelfstandige wooneenheid;
b. € 384,96 voor de tegemoetkoming voor elektriciteit voor een onzelfstandige wooneenheid;
c. € 1.063,21 voor de tegemoetkoming voor warmte voor een zelfstandige wooneenheid;
d. € 445,46 voor de tegemoetkoming voor warmte voor een onzelfstandige wooneenheid.
a. de hoogte van het in mindering te brengen bedrag per wooneenheid in verhouding staat tot de wijze van verdeling van de kosten voor elektriciteit of warmte voor het gehele jaar 2023 over de wooneenheden; en
b. wordt aangesloten bij de periodiciteit waarmee de kosten voor elektriciteit of warmte voor het gehele jaar 2023 in rekening zijn of worden gebracht bij de bewoners.
2. De subsidieontvanger doet schriftelijk mededeling aan de bewoners over de wijze waarop de tegemoetkoming in mindering wordt gebracht op de betalingsverplichtingen binnen twee weken na het ontvangen van de subsidiebeschikking.
3. In afwijking van het eerste lid brengt de subsidieontvanger de tegemoetkoming volledig in mindering of laat die in mindering brengen op de betalingsverplichtingen die zijn vastgelegd in de huurovereenkomst, indien de huurovereenkomst meer omvat dan het enkele gebruik van de woonruimte en bij die overeenkomst slechts de hoogte van de betalingsverplichtingen en niet de hoogte van de huurprijs en het voorschot van de kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten, zijn vastgesteld, waarbij:
a. de hoogte van het in mindering te brengen bedrag per wooneenheid in verhouding staat tot de wijze van verdeling van de betalingsverplichtingen voor het gehele jaar 2023 over de wooneenheden; en
b. wordt aangesloten bij de periodiciteit waarmee de betalingsverplichtingen voor het gehele jaar 2023 in rekening zijn of worden gebracht bij de bewoners.
4. Indien een bewoner gedurende 2023 is verhuisd en het op 1 januari 2025 niet mogelijk is gebleken voor de subsidieontvanger om de tegemoetkoming aan die bewoner ten goede te laten komen, dan laat de subsidieontvanger in afwijking van het eerste en derde lid die tegemoetkoming ten goede komen aan de bewoners op dat moment overeenkomstig de wijze van verdeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of het derde lid, onderdeel a.
5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan de hoogte van het in mindering te brengen bedrag in verhouding staan tot het gedeelte van 2023 waarvoor energiekosten voor een wooneenheid bij de bewoner in rekening zijn gebracht en het aandeel van die wooneenheid in het totale vloeroppervlak van de wooneenheden achter de blokaansluiting, indien de wijze van verdeling van de kosten voor elektriciteit of warmte in 2023 in verhouding staat tot het aandeel per wooneenheid in het totale energieverbruik en:
a. het jaar waarvoor de kosten voor elektriciteit of warmte in rekening worden gebracht, niet gelijk is aan een kalenderjaar; of
b. zowel wooneenheden als andere eenheden op de blokaansluiting zijn aangesloten.
6. Indien wordt voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van het vijfde lid, maar het aandeel per wooneenheid in het totale vloeroppervlak van de wooneenheden achter de blokaansluiting niet bekend is bij de subsidieontvanger, kan de hoogte van het in mindering te brengen bedrag het product zijn van het gedeelte van 2023 waarvoor energiekosten voor een wooneenheid bij de bewoner in rekening zijn gebracht, en:
a. € 915,05 voor de tegemoetkoming voor elektriciteit voor een zelfstandige wooneenheid;
b. € 384,96 voor de tegemoetkoming voor elektriciteit voor een onzelfstandige wooneenheid;
c. € 1.063,21 voor de tegemoetkoming voor warmte voor een zelfstandige wooneenheid;
d. € 445,46 voor de tegemoetkoming voor warmte voor een onzelfstandige wooneenheid.