BWBR0048028
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 19
Wet goed verhuurderschap
1. De bestuurlijke boete ter zake van het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2en 3of artikel 2a, of het verbod, bedoeld in artikel 2b, bedraagt ten hoogste:
a. het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a of het verbod, bedoeld in artikel 2b, of, indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden.
2. Indien de gemeenteraad een verhuurverordening vaststelt, bepaalt hij dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden.
3. De op grond van het tweede lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste:
a. het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of voor het handelen in strijd met de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden;
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of voor het handelen in strijd met de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van die verboden of het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a.
a. het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a of het verbod, bedoeld in artikel 2b, of, indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden.
2. Indien de gemeenteraad een verhuurverordening vaststelt, bepaalt hij dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden.
3. De op grond van het tweede lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste:
a. het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of voor het handelen in strijd met de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden;
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of voor het handelen in strijd met de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van die verboden of het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a.