BWBR0048026
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 10
Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023
1. De aanvraag van een eerste keuring van een attractie- of speeltoestel wordt ingediend bij slechts één aangewezen instelling.
2. Indien de fabrikant, gevestigd in een derde land of een andere lidstaat van de Europese Unie, reeds een eerste keuring als bedoeld in het eerste lid, van een attractie- of speeltoestel heeft laten uitvoeren en een certificaat van goedkeuring heeft overgelegd aan de importeur, verifieert de importeur of het overgelegde certificaat rechtmatig en geldig is en dat certificaat bij het geleverde attractie- of speeltoestel hoort.
3. Indien blijkt dat het in het tweede lid overgelegde certificaat niet conform dit besluit is afgegeven of niet bij het geleverde toestel hoort, dient de importeur de aanvraag van een eerste keuring van een attractie- of speeltoestel in bij slechts één aangewezen instelling.
4. Indien het attractie- of speeltoestel alleen ter plaatse kan worden gekeurd, vanwege plaatsgebonden veiligheidsaspecten, dient de fabrikant, de importeur, de verhuurder dan wel de beheerder de aanvraag van een eerste keuring van dat toestel in bij slechts één aangewezen instelling.
5. De aanvraag van een periodieke keuring als bedoeld in artikel 9, vierde en vijfde lid, wordt ingediend door de verhuurder dan wel de beheerder, bij slechts één aangewezen instelling.
6. De aanvraag van een keuring omvat:
a. de plaats waar het attractie- of speeltoestel is vervaardigd;
b. het bouwjaar en het type- en serienummer;
c. het in artikel 8 genoemde technisch constructiedossier, indien van toepassing, of de naam en adres van de fabrikant of, indien van toepassing, de importeur, bedoeld in artikel 8, derde lid, waar het technisch constructiedossier beschikbaar is voor de aangewezen instelling; en
d. de opgave van de plaats waar het attractie- of speeltoestel kan worden gekeurd.
7. Bij ministeriële regeling kan worden afgeweken van het bepaalde in het eerste, derde, vierde en vijfde lid.
2. Indien de fabrikant, gevestigd in een derde land of een andere lidstaat van de Europese Unie, reeds een eerste keuring als bedoeld in het eerste lid, van een attractie- of speeltoestel heeft laten uitvoeren en een certificaat van goedkeuring heeft overgelegd aan de importeur, verifieert de importeur of het overgelegde certificaat rechtmatig en geldig is en dat certificaat bij het geleverde attractie- of speeltoestel hoort.
3. Indien blijkt dat het in het tweede lid overgelegde certificaat niet conform dit besluit is afgegeven of niet bij het geleverde toestel hoort, dient de importeur de aanvraag van een eerste keuring van een attractie- of speeltoestel in bij slechts één aangewezen instelling.
4. Indien het attractie- of speeltoestel alleen ter plaatse kan worden gekeurd, vanwege plaatsgebonden veiligheidsaspecten, dient de fabrikant, de importeur, de verhuurder dan wel de beheerder de aanvraag van een eerste keuring van dat toestel in bij slechts één aangewezen instelling.
5. De aanvraag van een periodieke keuring als bedoeld in artikel 9, vierde en vijfde lid, wordt ingediend door de verhuurder dan wel de beheerder, bij slechts één aangewezen instelling.
6. De aanvraag van een keuring omvat:
a. de plaats waar het attractie- of speeltoestel is vervaardigd;
b. het bouwjaar en het type- en serienummer;
c. het in artikel 8 genoemde technisch constructiedossier, indien van toepassing, of de naam en adres van de fabrikant of, indien van toepassing, de importeur, bedoeld in artikel 8, derde lid, waar het technisch constructiedossier beschikbaar is voor de aangewezen instelling; en
d. de opgave van de plaats waar het attractie- of speeltoestel kan worden gekeurd.
7. Bij ministeriële regeling kan worden afgeweken van het bepaalde in het eerste, derde, vierde en vijfde lid.