BWBR0048022
Geldig vanaf 2023-04-04
Artikel 6
Instellingsbesluit Commissie sociale veiligheid en integriteit Financiën
1. De commissie is vrij in het vaststellen van de eigen werkwijze en past daarbij maatwerk toe. De commissie communiceert zo spoedig mogelijk met betrokkene(n) over haar werkwijze. Bij het bepalen van de werkwijze houdt de commissie rekening met de beschermingsbepalingen van hoofdstuk 13 van de cao Rijk 2021 (en opvolgende cao’s) en met de BIPO voor zover het signaal of de melding afkomstig is van een betrokkene die werkzaam is bij de sector Rijk. Ook dient de commissie oog te hebben voor de belangen van degenen over wie een signaal of melding wordt afgegeven en dient zij betrokkenen te wijzen op de mogelijkheid zich te laten vergezellen, bijvoorbeeld door een gemachtigde of vertrouwenspersoon.
2. De ontvangst van een signaal of melding wordt zo spoedig mogelijk bevestigd onder opgave van de dag van ontvangst.
3. Een aan de commissie toevertrouwd signaal of melding bevat zo mogelijk ten minste de volgende gegevens:
a. de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van degene die contact opneemt met de commissie;
b. een toelichting van de (vermoedelijke) integriteitschending of misstand: wat is er gebeurd, wie is erbij betrokken, waar en wanneer is het gebeurd?;
c. een uitleg waarom er sprake is van een integriteitsschending of misstand.
4. Bij ontvangen signalen en meldingen gaat de commissie over tot:
a. het nemen van een besluit tot het voeren van een gesprek met degene die zich wendt tot de commissie. Bij een positief besluit, tot het voeren van een gesprek met diegene die het signaal of de melding heeft gedaan;
b. het verifiëren van het signaal of de melding, dit zover mogelijk door middel van hoor en wederhoor;
c. het zo nodig inwinnen van nadere inlichtingen;
d. het beoordelen in hoeverre er aanleiding is tot vervolgstappen;
De commissie adviseert degene die het signaal of melding heeft gedaan over vervolgstappen en biedt daarbij indien gewenst hulp.
5. De commissie informeert de SG zo spoedig mogelijk bij een melding van een vermoeden van een misstand.
6. In afwijking van het vijfde lid zal de Minister zo spoedig mogelijk worden geïnformeerd bij een melding van een vermoeden van integriteitsschending of een misstand, indien dit vermoeden ziet op (een) gedraging(en) van de SG.
2. De ontvangst van een signaal of melding wordt zo spoedig mogelijk bevestigd onder opgave van de dag van ontvangst.
3. Een aan de commissie toevertrouwd signaal of melding bevat zo mogelijk ten minste de volgende gegevens:
a. de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van degene die contact opneemt met de commissie;
b. een toelichting van de (vermoedelijke) integriteitschending of misstand: wat is er gebeurd, wie is erbij betrokken, waar en wanneer is het gebeurd?;
c. een uitleg waarom er sprake is van een integriteitsschending of misstand.
4. Bij ontvangen signalen en meldingen gaat de commissie over tot:
a. het nemen van een besluit tot het voeren van een gesprek met degene die zich wendt tot de commissie. Bij een positief besluit, tot het voeren van een gesprek met diegene die het signaal of de melding heeft gedaan;
b. het verifiëren van het signaal of de melding, dit zover mogelijk door middel van hoor en wederhoor;
c. het zo nodig inwinnen van nadere inlichtingen;
d. het beoordelen in hoeverre er aanleiding is tot vervolgstappen;
De commissie adviseert degene die het signaal of melding heeft gedaan over vervolgstappen en biedt daarbij indien gewenst hulp.
5. De commissie informeert de SG zo spoedig mogelijk bij een melding van een vermoeden van een misstand.
6. In afwijking van het vijfde lid zal de Minister zo spoedig mogelijk worden geïnformeerd bij een melding van een vermoeden van integriteitsschending of een misstand, indien dit vermoeden ziet op (een) gedraging(en) van de SG.