BWBR0047961
Geldig vanaf 16-03-2023
Artikel 3.3
Beleidsregels vergunningverlening kansspelen op afstand 2023
1. Bij de integriteitsbeoordeling kan de raad van bestuur in ieder geval de volgende (rechts)personen betrekken:
a. de aanvrager;
b. zijn directe, indirecte en uiteindelijke belanghebbenden;
c. de (rechts)personen die het beleid van de aanvrager bepalen of mede bepalen;
d. de (rechts)personen die direct of indirect leiding geven dan wel hebben gegeven aan de aanvrager;
e. de (rechts)personen die direct of indirect zeggenschap hebben dan wel hebben gehad over de aanvrager;
f. de (rechts)personen die direct of indirect vermogen verschaffen dan wel hebben verschaft aan de aanvrager;
g. de (rechts)personen die in een zakelijk samenwerkingsverband tot de aanvrager staan of hebben gestaan;
h. de rechtspersonen waaraan, waarover of waarvan de hierboven genoemde (rechts)personen: i. het beleid bepalen of bepaald hebben;
ii. het beleid mede bepalen of mede bepaald hebben;
iii. direct of indirect belanghebbende zijn of zijn geweest;
iv. direct of indirect leiding geven of hebben gegeven;
v. direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad.
i. het beleid bepalen of bepaald hebben;
ii. het beleid mede bepalen of mede bepaald hebben;
iii. direct of indirect belanghebbende zijn of zijn geweest;
iv. direct of indirect leiding geven of hebben gegeven;
v. direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad.
2. De raad van bestuur kan ook andere (rechts)personen onderzoeken om te beoordelen of zij kunnen worden aangemerkt als een van de in het eerste lid genoemde (rechts)personen.
a. de aanvrager;
b. zijn directe, indirecte en uiteindelijke belanghebbenden;
c. de (rechts)personen die het beleid van de aanvrager bepalen of mede bepalen;
d. de (rechts)personen die direct of indirect leiding geven dan wel hebben gegeven aan de aanvrager;
e. de (rechts)personen die direct of indirect zeggenschap hebben dan wel hebben gehad over de aanvrager;
f. de (rechts)personen die direct of indirect vermogen verschaffen dan wel hebben verschaft aan de aanvrager;
g. de (rechts)personen die in een zakelijk samenwerkingsverband tot de aanvrager staan of hebben gestaan;
h. de rechtspersonen waaraan, waarover of waarvan de hierboven genoemde (rechts)personen: i. het beleid bepalen of bepaald hebben;
ii. het beleid mede bepalen of mede bepaald hebben;
iii. direct of indirect belanghebbende zijn of zijn geweest;
iv. direct of indirect leiding geven of hebben gegeven;
v. direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad.
i. het beleid bepalen of bepaald hebben;
ii. het beleid mede bepalen of mede bepaald hebben;
iii. direct of indirect belanghebbende zijn of zijn geweest;
iv. direct of indirect leiding geven of hebben gegeven;
v. direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad.
2. De raad van bestuur kan ook andere (rechts)personen onderzoeken om te beoordelen of zij kunnen worden aangemerkt als een van de in het eerste lid genoemde (rechts)personen.
- Citeren als
- Art. 3.3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047961
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl