BWBR0047929
Geldig vanaf 2023-03-01
Artikel 5
Subsidieregeling IPS-trajecten voor de gemeentelijke doelgroep
1. De Minister verleent aan de colleges:
a. mandaat tot het nemen van besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht alsmede, volmacht en machtiging voor het verrichten van andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen ter uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in §1 tot en met §3 van deze regeling, met uitzondering van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 6 en 13, eerste en derde tot en met zesde lid, en
b. mandaat tot het beschikken op bezwaarschriften alsmede volmacht en machtiging voor het voeren van gerechtelijke procedures en het behandelen van klachten voor zover deze verband houden met de uitoefening van hun bevoegdheden, bedoeld onder a.
2. De colleges kunnen ondermandaat verlenen of hun andere vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan een of meer onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat de persoon die betrokken is bij het besluitvormingsproces van bezwaarschriften en het in rechte optreden in beroep of hoger beroep, niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg.
3. De colleges kunnen ten aanzien van de besluiten, andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen, bedoeld in het eerst lid, onderdeel a, ondermandaat verlenen of hun andere vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan een daartoe op basis van hoofdstuk 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingengetroffen gemeenschappelijke regeling aangewezen bevoegde, of aan een organisatie die op basis van een dienstverleningsovereenkomst met het betreffende college taken in naam van dit college uitvoert.
a. mandaat tot het nemen van besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht alsmede, volmacht en machtiging voor het verrichten van andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen ter uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in §1 tot en met §3 van deze regeling, met uitzondering van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 6 en 13, eerste en derde tot en met zesde lid, en
b. mandaat tot het beschikken op bezwaarschriften alsmede volmacht en machtiging voor het voeren van gerechtelijke procedures en het behandelen van klachten voor zover deze verband houden met de uitoefening van hun bevoegdheden, bedoeld onder a.
2. De colleges kunnen ondermandaat verlenen of hun andere vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan een of meer onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat de persoon die betrokken is bij het besluitvormingsproces van bezwaarschriften en het in rechte optreden in beroep of hoger beroep, niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg.
3. De colleges kunnen ten aanzien van de besluiten, andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen, bedoeld in het eerst lid, onderdeel a, ondermandaat verlenen of hun andere vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan een daartoe op basis van hoofdstuk 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingengetroffen gemeenschappelijke regeling aangewezen bevoegde, of aan een organisatie die op basis van een dienstverleningsovereenkomst met het betreffende college taken in naam van dit college uitvoert.