BWBR0047890
Geldig vanaf 2024-04-15
Artikel 2
Instellingsbesluit Adviescommissie Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie
1. Er is een Adviescommissie Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie.
2. De Adviescommissie heeft tot taak de Minister te adviseren over de op te stellen Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie.
3. De Adviescommissie richt zich in het bijzonder op:
a. de beoogde doelen van de Maatwerkaanpak, te weten: i. het verduurzamen en continueren van industriële activiteiten in het perspectief van een in 2050 klimaatneutraal Nederland, ook in het licht van de internationale context;
ii. het maximaal benutten van het additionele CO2-reductie potentieel van de industrie. Hierbij ligt de primaire focus op scope 1, maar ook scope 2 en 3 zijn van belang.
i. het verduurzamen en continueren van industriële activiteiten in het perspectief van een in 2050 klimaatneutraal Nederland, ook in het licht van de internationale context;
ii. het maximaal benutten van het additionele CO2-reductie potentieel van de industrie. Hierbij ligt de primaire focus op scope 1, maar ook scope 2 en 3 zijn van belang.
b. de mate waarin de Maatwerkafspraken andere beleidsdoelen helpen realiseren, op het gebied van verbetering van de leefomgeving, waarbij stikstofreductie een prominente rol heeft, en de gezondheid van omwonenden, energie- en gasbesparing en restwarmtebenutting;
c. de haalbaarheid van de afspraken in economisch en technisch perspectief;
d. de inpasbaarheid van de Maatwerkafspraken in het energiesysteem van de toekomst;
e. de doelmatigheid van de Maatwerkafspraken.
2. De Adviescommissie heeft tot taak de Minister te adviseren over de op te stellen Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie.
3. De Adviescommissie richt zich in het bijzonder op:
a. de beoogde doelen van de Maatwerkaanpak, te weten: i. het verduurzamen en continueren van industriële activiteiten in het perspectief van een in 2050 klimaatneutraal Nederland, ook in het licht van de internationale context;
ii. het maximaal benutten van het additionele CO2-reductie potentieel van de industrie. Hierbij ligt de primaire focus op scope 1, maar ook scope 2 en 3 zijn van belang.
i. het verduurzamen en continueren van industriële activiteiten in het perspectief van een in 2050 klimaatneutraal Nederland, ook in het licht van de internationale context;
ii. het maximaal benutten van het additionele CO2-reductie potentieel van de industrie. Hierbij ligt de primaire focus op scope 1, maar ook scope 2 en 3 zijn van belang.
b. de mate waarin de Maatwerkafspraken andere beleidsdoelen helpen realiseren, op het gebied van verbetering van de leefomgeving, waarbij stikstofreductie een prominente rol heeft, en de gezondheid van omwonenden, energie- en gasbesparing en restwarmtebenutting;
c. de haalbaarheid van de afspraken in economisch en technisch perspectief;
d. de inpasbaarheid van de Maatwerkafspraken in het energiesysteem van de toekomst;
e. de doelmatigheid van de Maatwerkafspraken.