BWBR0047821
Geldig vanaf 02-02-2023
Artikel 4
Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen 2023
1. Wanneer voor een gemeente reeds een lokale publieke media-instelling is aangewezen, kan een aanvraag worden ingediend voor de daaropvolgende aanwijzingsperiode, behoudens de situaties genoemd in het derde lid van artikel 5 en het derde lid van artikel 6 van deze beleidsregel.
2. Een aanvraag voor één of meerdere gemeente(n), als bedoeld in het eerste lid, dient door zowel de aangewezen lokale publieke media-instelling als andere aanvragers bij het Commissariaat te worden ingediend na openstelling van de aanwijzingsprocedure als bedoeld in het vierde lid en uiterlijk zes maanden voor het aflopen van de huidige aanwijzingsperiode.
3. Het Commissariaat kondigt veertien maanden voorafgaand aan de datum waarop een aanwijzingsperiode van rechtswege eindigt, aan de desbetreffende gemeente(n) aan wanneer de huidige aanwijzingsperiode eindigt en wat de uiterlijke indieningsdatum is waarop aanvragen bij het Commissariaat kunnen worden ingediend.
4. Het Commissariaat maakt één jaar voordat de huidige aanwijzingsperiode eindigt op zijn website alsmede in de Staatscourant bekend wat de uiterlijke indieningdatum is waarop gegadigden een aanvraag bij het Commissariaat kunnen indienen voor de desbetreffende gemeente(n). Met deze bekendmaking is de aanwijzingsprocedure opengesteld.
5. Aanvragen die na afloop van de termijn als bedoeld in het tweede lid worden ingediend, worden in beginsel afgewezen.
2. Een aanvraag voor één of meerdere gemeente(n), als bedoeld in het eerste lid, dient door zowel de aangewezen lokale publieke media-instelling als andere aanvragers bij het Commissariaat te worden ingediend na openstelling van de aanwijzingsprocedure als bedoeld in het vierde lid en uiterlijk zes maanden voor het aflopen van de huidige aanwijzingsperiode.
3. Het Commissariaat kondigt veertien maanden voorafgaand aan de datum waarop een aanwijzingsperiode van rechtswege eindigt, aan de desbetreffende gemeente(n) aan wanneer de huidige aanwijzingsperiode eindigt en wat de uiterlijke indieningsdatum is waarop aanvragen bij het Commissariaat kunnen worden ingediend.
4. Het Commissariaat maakt één jaar voordat de huidige aanwijzingsperiode eindigt op zijn website alsmede in de Staatscourant bekend wat de uiterlijke indieningdatum is waarop gegadigden een aanvraag bij het Commissariaat kunnen indienen voor de desbetreffende gemeente(n). Met deze bekendmaking is de aanwijzingsprocedure opengesteld.
5. Aanvragen die na afloop van de termijn als bedoeld in het tweede lid worden ingediend, worden in beginsel afgewezen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047821
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl