BWBR0047788
Geldig vanaf 01-06-2023
Artikel 4
Beleidsregel Redelijke opzegvergoedingen vergunninghouders 2023
1. De ACM acht een opzegvergoeding niet redelijk, indien de opzegvergoeding per product van de leveringsovereenkomst hoger is dan de rekenkundige uitkomst van de volgende formule:
opzegvergoeding = (de overeengekomen prijs – de prijs van het referentieproductaanbod) x de resterende hoeveelheid,
waarbij:
de opzegvergoeding bestaat uit het bedrag van de opzegvergoeding, exclusief overheidsheffingen en belastingen, uitgedrukt in euro’s;
de overeengekomen prijs bestaat uit de in euro’s uitgedrukte prijs per kilowattuur elektriciteit of kubieke meter gas, exclusief overheidsheffingen en belastingen, die is bepaald in de op te zeggen leveringsovereenkomst of op basis van deze leveringsovereenkomst is vastgezet;
de prijs van het referentieproductaanbod bestaat uit de in euro’s uitgedrukte prijs per kilowattuur elektriciteit of kubieke meter gas, exclusief overheidsheffingen en belastingen, van het referentieproductaanbod, en die actueel is;
de resterende hoeveelheid bestaat uit de in kilowattuur uitgedrukte hoeveelheid elektriciteit of het in kubieke meter uitgedrukte volume gas dat de kleinverbruiker gedurende de resterende looptijd van de leveringsovereenkomst van de vergunninghouder geleverd zou krijgen indien geen opzegging zou plaatsvinden.
2. Indien de prijs van het referentieproductaanbod gelijk is aan of hoger is dan de overeengekomen prijs, bedoeld in het eerste lid, acht de ACM een opzegvergoeding redelijk als deze opzegvergoeding nihil is.
3. Bij de toepassing van het eerste lid, beoordeelt de ACM of ten behoeve van de berekening van de resterende hoeveelheid, bedoeld in het eerste lid, in de leveringsovereenkomst een objectieve en transparante berekeningswijze is opgenomen die rekening houdt met een spreiding van de afname van elektriciteit of het verbruik van gas gedurende de resterende looptijd van de leveringsovereenkomst.
opzegvergoeding = (de overeengekomen prijs – de prijs van het referentieproductaanbod) x de resterende hoeveelheid,
waarbij:
de opzegvergoeding bestaat uit het bedrag van de opzegvergoeding, exclusief overheidsheffingen en belastingen, uitgedrukt in euro’s;
de overeengekomen prijs bestaat uit de in euro’s uitgedrukte prijs per kilowattuur elektriciteit of kubieke meter gas, exclusief overheidsheffingen en belastingen, die is bepaald in de op te zeggen leveringsovereenkomst of op basis van deze leveringsovereenkomst is vastgezet;
de prijs van het referentieproductaanbod bestaat uit de in euro’s uitgedrukte prijs per kilowattuur elektriciteit of kubieke meter gas, exclusief overheidsheffingen en belastingen, van het referentieproductaanbod, en die actueel is;
de resterende hoeveelheid bestaat uit de in kilowattuur uitgedrukte hoeveelheid elektriciteit of het in kubieke meter uitgedrukte volume gas dat de kleinverbruiker gedurende de resterende looptijd van de leveringsovereenkomst van de vergunninghouder geleverd zou krijgen indien geen opzegging zou plaatsvinden.
2. Indien de prijs van het referentieproductaanbod gelijk is aan of hoger is dan de overeengekomen prijs, bedoeld in het eerste lid, acht de ACM een opzegvergoeding redelijk als deze opzegvergoeding nihil is.
3. Bij de toepassing van het eerste lid, beoordeelt de ACM of ten behoeve van de berekening van de resterende hoeveelheid, bedoeld in het eerste lid, in de leveringsovereenkomst een objectieve en transparante berekeningswijze is opgenomen die rekening houdt met een spreiding van de afname van elektriciteit of het verbruik van gas gedurende de resterende looptijd van de leveringsovereenkomst.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047788
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl