BWBR0047778
Geldig vanaf 2023-01-21
Artikel 3
Instellingsbesluit Adviescommissie Starters- en Stimuleringsbeurzen
1. De adviescommissie geeft, met het oog op de bepalingen uit het bestuursakkoord en de doelstelling om met deze beurzen werk-, competitie- en aanvraagdruk te verlagen en ongebonden onderzoek te stimuleren, advies aan de minister over de uitgangspunten ten behoeve van de toekenning van startersbeurzen binnen de bestaande bekostiging van het Ministerie van OCW.
2. De adviescommissie geeft daarnaast, met inachtneming van de bepalingen uit het bestuursakkoord en de doelstelling om met deze beurzen werk-, competitie- en aanvraagdruk te verlagen en ongebonden onderzoek te stimuleren, advies aan de universiteitsbesturen en raden van besturen van umc’s over:
• uitgangspunten ten behoeve van de toekenning van stimuleringsbeurzen binnen de bestaande bekostiging van OCW;
• uitgangspunten ten behoeve van de besteding van starters- en stimuleringsbeurzen (bijvoorbeeld hoe daarbij de verwevenheid van onderzoek en onderwijs gewaarborgd kan worden);
• hoe te bepalen waar de werkdruk het hoogst is en waar de ruimte voor ongebonden onderzoek het laagst;
• de criteria waaraan ‘gezamenlijk onderzoek' moet voldoen om in aanmerking te komen voor een top up bij starters- en stimuleringsbeurzen en een passende hoogte van top ups;
• hoe onbedoelde competitie bij de verdeling van stimuleringsbeurzen binnen en tussen universiteiten en umc’s voorkomen kan worden, met inachtneming van aandachtspunten waaronder sociale veiligheid en diversiteit en inclusie;
• hoe de toekenning van stimuleringsbeurzen ongewenste gevolgen van een tweedeling onder wetenschappelijke medewerkers (met of zonder een startersbeurs) kan tegengaan, met inachtneming van aandachtspunten waaronder sociale veiligheid en diversiteit en inclusie;
• hoe universiteiten en umc’s kunnen komen tot een goede verdeling van starters- en stimuleringsbeurzen binnen de bestaande bekostiging van OCW;
• andere vragen over starters- en stimuleringsbeurzen, zoals hoe deze het aantal vaste contracten kunnen vergroten en hoe de beurshouder – in overleg met collega’s binnen de universiteit en/of het umc – tot besluitvorming komt over de besteding van de beurs.
3. De adviescommissie brengt uiterlijk 31 juni 2023 schriftelijk advies uit aan, voor wat betreft de taak onder artikel 3, eerste lid, de minister, en voor wat betreft de taken onder artikel 3, tweede lid, aan de universiteitsbesturen en raden van besturen van umc’s, en stuurt dit gelijktijdig in afschrift naar de minister.
4. Daarnaast kan de adviescommissie, nadat een deel van de SSB is verdeeld, best practicesdelen met alle betrokkenen, ter inspiratie en bevordering van de kennisontwikkeling
2. De adviescommissie geeft daarnaast, met inachtneming van de bepalingen uit het bestuursakkoord en de doelstelling om met deze beurzen werk-, competitie- en aanvraagdruk te verlagen en ongebonden onderzoek te stimuleren, advies aan de universiteitsbesturen en raden van besturen van umc’s over:
• uitgangspunten ten behoeve van de toekenning van stimuleringsbeurzen binnen de bestaande bekostiging van OCW;
• uitgangspunten ten behoeve van de besteding van starters- en stimuleringsbeurzen (bijvoorbeeld hoe daarbij de verwevenheid van onderzoek en onderwijs gewaarborgd kan worden);
• hoe te bepalen waar de werkdruk het hoogst is en waar de ruimte voor ongebonden onderzoek het laagst;
• de criteria waaraan ‘gezamenlijk onderzoek' moet voldoen om in aanmerking te komen voor een top up bij starters- en stimuleringsbeurzen en een passende hoogte van top ups;
• hoe onbedoelde competitie bij de verdeling van stimuleringsbeurzen binnen en tussen universiteiten en umc’s voorkomen kan worden, met inachtneming van aandachtspunten waaronder sociale veiligheid en diversiteit en inclusie;
• hoe de toekenning van stimuleringsbeurzen ongewenste gevolgen van een tweedeling onder wetenschappelijke medewerkers (met of zonder een startersbeurs) kan tegengaan, met inachtneming van aandachtspunten waaronder sociale veiligheid en diversiteit en inclusie;
• hoe universiteiten en umc’s kunnen komen tot een goede verdeling van starters- en stimuleringsbeurzen binnen de bestaande bekostiging van OCW;
• andere vragen over starters- en stimuleringsbeurzen, zoals hoe deze het aantal vaste contracten kunnen vergroten en hoe de beurshouder – in overleg met collega’s binnen de universiteit en/of het umc – tot besluitvorming komt over de besteding van de beurs.
3. De adviescommissie brengt uiterlijk 31 juni 2023 schriftelijk advies uit aan, voor wat betreft de taak onder artikel 3, eerste lid, de minister, en voor wat betreft de taken onder artikel 3, tweede lid, aan de universiteitsbesturen en raden van besturen van umc’s, en stuurt dit gelijktijdig in afschrift naar de minister.
4. Daarnaast kan de adviescommissie, nadat een deel van de SSB is verdeeld, best practicesdelen met alle betrokkenen, ter inspiratie en bevordering van de kennisontwikkeling