BWBR0047777
Geldig vanaf 01-02-2023
Artikel 7.6
Gerechtsdeurwaardersverordening
1. De ledenraad wijst uit de ledenraadsleden de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de ledenraad aan. De aanwijzing geldt voor een termijn van ten hoogste een jaar.
2. De ledenraad kan de voorzitter ontslaan en een andere voorzitter aanwijzen.
3. De plaatsvervangend voorzitter treedt op bij afwezigheid van de voorzitter of in overleg met de voorzitter.
4. Bij afwezigheid van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter wijst de ledenraad een ledenraadslid aan als waarnemend voorzitter.
5. Degene die de vergadering voorzit kan zijn stemrecht door een ander ledenraadslid laten uitoefenen.
2. De ledenraad kan de voorzitter ontslaan en een andere voorzitter aanwijzen.
3. De plaatsvervangend voorzitter treedt op bij afwezigheid van de voorzitter of in overleg met de voorzitter.
4. Bij afwezigheid van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter wijst de ledenraad een ledenraadslid aan als waarnemend voorzitter.
5. Degene die de vergadering voorzit kan zijn stemrecht door een ander ledenraadslid laten uitoefenen.
- Citeren als
- Art. 7.6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047777
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl