BWBR0047771
Geldig vanaf 17-01-2023
Artikel 1.9
Regeling Herdenkingsjaar Slavernijverleden
1. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de aanvrager aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project uit te voeren.
2. Aanvragers gevestigd in het Europees deel van Nederland kunnen wat betreft de totale projectkosten vergoed krijgen:
a. categorie 1 projecten: maximaal 100%;
b. categorie 2 projecten: maximaal 100%;
c. categorie 3 projecten: maximaal 90%.
3. Aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk kunnen:
a. wat betreft de totale projectkosten vergoed krijgen: 1° categorie 1 projecten: maximaal 100%;
2° categorie 2 projecten: maximaal 100%;
3° categorie 3 projecten: maximaal 100%;
1° categorie 1 projecten: maximaal 100%;
2° categorie 2 projecten: maximaal 100%;
3° categorie 3 projecten: maximaal 100%;
b. in afwijking van artikel 4, negende lid, van het Algemeen Subsidiereglement, de kosten voor het omwisselen van valuta opnemen in de begroting van de subsidieaanvraag.
4. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.
5. Slechts direct aan het project gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking.
6. De post onvoorzien op de begroting mag niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van het project.
7. Aanvragers gevestigd in:
a. het Europees deel van Nederland kunnen maximaal 10% van de subsidie van het Fonds inzetten voor materiële investeringen die benodigd zijn voor het project.
b. het Caribisch deel van het Koninkrijk kunnen 20% van de subsidie van het Fonds inzetten voor materiële investeringen die benodigd zijn voor het project.
2. Aanvragers gevestigd in het Europees deel van Nederland kunnen wat betreft de totale projectkosten vergoed krijgen:
a. categorie 1 projecten: maximaal 100%;
b. categorie 2 projecten: maximaal 100%;
c. categorie 3 projecten: maximaal 90%.
3. Aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk kunnen:
a. wat betreft de totale projectkosten vergoed krijgen: 1° categorie 1 projecten: maximaal 100%;
2° categorie 2 projecten: maximaal 100%;
3° categorie 3 projecten: maximaal 100%;
1° categorie 1 projecten: maximaal 100%;
2° categorie 2 projecten: maximaal 100%;
3° categorie 3 projecten: maximaal 100%;
b. in afwijking van artikel 4, negende lid, van het Algemeen Subsidiereglement, de kosten voor het omwisselen van valuta opnemen in de begroting van de subsidieaanvraag.
4. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.
5. Slechts direct aan het project gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking.
6. De post onvoorzien op de begroting mag niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van het project.
7. Aanvragers gevestigd in:
a. het Europees deel van Nederland kunnen maximaal 10% van de subsidie van het Fonds inzetten voor materiële investeringen die benodigd zijn voor het project.
b. het Caribisch deel van het Koninkrijk kunnen 20% van de subsidie van het Fonds inzetten voor materiële investeringen die benodigd zijn voor het project.
- Citeren als
- Art. 1.9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl