BWBR0047763
Geldig vanaf 04-01-2023
Artikel 5
Beleidsregel eerstelijnsverblijf
Voor de prestaties:
– Eerstelijnsverblijf laag complex: verblijf en zorg bij één aandoening of beperking;
– Eerstelijnsverblijf hoog complex: verblijf en zorg bij meerdere aandoeningen of beperkingen die elkaar beïnvloeden;
– Eerstelijnsverblijf voor palliatief terminale zorg: verblijf en palliatieve zorg in de laatste levensfase;
– Toeslag eerstelijnsverblijf voor zorg aan individuele Covid-19 patiënt, verzorgd op een afzonderlijke kamer;
– Eerstelijnsverblijf in combinatie met geclusterde zorg aan Covid-19 patiënt, verzorgd in een aparte Covid-19 Unit,
gelden maximumtarieven per dag.
Voor de prestaties:
– Experimentprestatie: resultaatbeloning en zorgvernieuwing;
– Coördineren van verblijf (regionale coördinatiefunctie);
– Onderlinge dienstverlening,
gelden vrije tarieven.
1. De tarieven voor de prestaties eerstelijnsverblijf laag complex, hoog complex en palliatief terminale zorg zijn gebaseerd op de volgende onderdelen: – Een loon- en materiële kostencomponent (LMC);
– Een normatieve huisvestingscomponent (NHC);
– Een normatieve inventariscomponent (NIC);
– In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%.
– Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3. De onderbouwing van deze maximumtarieven staat in het ‘Verantwoordingsdocument Toelichting op de berekening van de tarieven in het eerstelijnsverblijf’, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen.
– Een loon- en materiële kostencomponent (LMC);
– Een normatieve huisvestingscomponent (NHC);
– Een normatieve inventariscomponent (NIC);
– In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%.
– Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3.
2. Het tarief voor de prestatie ‘Toeslag eerstelijnsverblijf voor zorg aan individuele Covid-19 patiënt, verzorgd op een afzonderlijke kamer’ is gebaseerd op; – Een loon-, materiële – en kapitaalkostencomponent;
– In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%;
– Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3. De onderbouwing van dit maximumtarief staat in het verantwoordingsdocument ‘Verantwoording tarieven 2023, Prestaties elv Covid bedden’, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen.
– Een loon-, materiële – en kapitaalkostencomponent;
– In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%;
– Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3.
3. Het tarief voor de prestatie ‘Eerstelijnsverblijf in combinatie met geclusterde zorg aan Covid-19 patiënt, verzorgd in een aparte Covid-19 Unit’ is gebaseerd op: – Een loon-, materiële- en kapitaalkostencomponent;
– In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%;
– Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3. De onderbouwing van dit maximumtarief staat in het verantwoordingsdocument ‘Verantwoording tarieven 2023, Prestaties elv Covid bedden’, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen.
– Een loon-, materiële- en kapitaalkostencomponent;
– In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%;
– Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3.
De tarieven voor de prestaties:
– Eerstelijnsverblijf laag complex: verblijf en zorg bij één aandoening of beperking;
– Eerstelijnsverblijf hoog complex: verblijf en zorg bij meerdere aandoeningen of beperkingen die elkaar beïnvloeden;
– Eerstelijnsverblijf voor palliatief terminale zorg: verblijf en palliatieve zorg in de laatste levensfase,
worden jaarlijks trendmatig aangepast.
• De loonkosten worden geïndexeerd op basis van de door het Ministerie van VWS aangegeven Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Voor de materiële kosten wordt aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) uit het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CEP).
• Met de brief van 20 september 2022 (kenmerk 3434939-1035019-FEZ) heeft VWS de NZa opdracht gegeven om voor de tariefberekening 2023 incidenteel aan te sluiten op de ramingen uit de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.
• De toe te passen index op de loon- en materiële kostencomponent is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices, waarbij wordt uitgegaan van verhoudingspercentages tussen loon- en materiële kosten per eerstelijnsverblijf prestatie. Deze verhoudingspercentages zijn terug te vinden in tabel 11 van het ‘Verantwoordingsdocument Toelichting op de berekening van de tarieven in het eerstelijnsverblijf’.
• Voor de normatieve inventariscomponent geldt de index voor materiële kosten.
• De normatieve huisvestingscomponent wordt jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.
De tarieven voor de prestaties:
– Toeslag eerstelijnsverblijf voor zorg aan individuele Covid-19 patiënt, verzorgd op een afzonderlijke kamer;
– Eerstelijnsverblijf in combinatie met geclusterde zorg aan Covid-19 patiënt, verzorgd in een aparte Covid-19 Unit,
worden jaarlijks trendmatig aangepast.
• De loonkosten worden geïndexeerd op basis van de door het Ministerie van VWS aangegeven Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Voor de materiële kosten wordt aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) uit het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CEP).
• Met de brief van 20 september 2022 (kenmerk 3434939-1035019-FEZ) heeft VWS de NZa opdracht gegeven om voor de tariefberekening 2023 incidenteel aan te sluiten op de ramingen uit de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.
• De kapitaallasten worden jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.
• De toe te passen index op de loon-, materiële – en kapitaalkostencomponent is het gewogen gemiddelde van de loon-, materiële en kapitaalindices. Deze verhoudingspercentages zijn terug te vinden in tabel 7 en 8 van het verantwoordingsdocument ‘Verantwoording tarieven 2023, Prestaties elv Covid bedden’.
De maximumtarieven, berekend op basis van artikel 5.2, kunnen ten hoogste met 10% worden verhoogd indien hieraan een schriftelijke overeenkomst tussen de betreffende zorgaanbieder en zorgverzekeraar ten grondslag ligt.
Dit zogenaamde max-maxtarief kan uitsluitend in rekening worden gebracht aan (a) de zorgverzekeraar met wie het verhoogde maximumtarief is overeengekomen, of (b) de verzekerde ten behoeve van wie een zorgverzekering met betrekking tot eerstelijnsverblijf is gesloten bij een zorgverzekeraar met wie een zodanig verhoogd maximumtarief schriftelijk is overeengekomen.
Een tarief dat niet hoger is dan berekend op basis van artikel 5.2 kan aan eenieder in rekening worden gebracht.
– Eerstelijnsverblijf laag complex: verblijf en zorg bij één aandoening of beperking;
– Eerstelijnsverblijf hoog complex: verblijf en zorg bij meerdere aandoeningen of beperkingen die elkaar beïnvloeden;
– Eerstelijnsverblijf voor palliatief terminale zorg: verblijf en palliatieve zorg in de laatste levensfase;
– Toeslag eerstelijnsverblijf voor zorg aan individuele Covid-19 patiënt, verzorgd op een afzonderlijke kamer;
– Eerstelijnsverblijf in combinatie met geclusterde zorg aan Covid-19 patiënt, verzorgd in een aparte Covid-19 Unit,
gelden maximumtarieven per dag.
Voor de prestaties:
– Experimentprestatie: resultaatbeloning en zorgvernieuwing;
– Coördineren van verblijf (regionale coördinatiefunctie);
– Onderlinge dienstverlening,
gelden vrije tarieven.
1. De tarieven voor de prestaties eerstelijnsverblijf laag complex, hoog complex en palliatief terminale zorg zijn gebaseerd op de volgende onderdelen: – Een loon- en materiële kostencomponent (LMC);
– Een normatieve huisvestingscomponent (NHC);
– Een normatieve inventariscomponent (NIC);
– In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%.
– Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3. De onderbouwing van deze maximumtarieven staat in het ‘Verantwoordingsdocument Toelichting op de berekening van de tarieven in het eerstelijnsverblijf’, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen.
– Een loon- en materiële kostencomponent (LMC);
– Een normatieve huisvestingscomponent (NHC);
– Een normatieve inventariscomponent (NIC);
– In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%.
– Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3.
2. Het tarief voor de prestatie ‘Toeslag eerstelijnsverblijf voor zorg aan individuele Covid-19 patiënt, verzorgd op een afzonderlijke kamer’ is gebaseerd op; – Een loon-, materiële – en kapitaalkostencomponent;
– In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%;
– Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3. De onderbouwing van dit maximumtarief staat in het verantwoordingsdocument ‘Verantwoording tarieven 2023, Prestaties elv Covid bedden’, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen.
– Een loon-, materiële – en kapitaalkostencomponent;
– In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%;
– Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3.
3. Het tarief voor de prestatie ‘Eerstelijnsverblijf in combinatie met geclusterde zorg aan Covid-19 patiënt, verzorgd in een aparte Covid-19 Unit’ is gebaseerd op: – Een loon-, materiële- en kapitaalkostencomponent;
– In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%;
– Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3. De onderbouwing van dit maximumtarief staat in het verantwoordingsdocument ‘Verantwoording tarieven 2023, Prestaties elv Covid bedden’, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen.
– Een loon-, materiële- en kapitaalkostencomponent;
– In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%;
– Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3.
De tarieven voor de prestaties:
– Eerstelijnsverblijf laag complex: verblijf en zorg bij één aandoening of beperking;
– Eerstelijnsverblijf hoog complex: verblijf en zorg bij meerdere aandoeningen of beperkingen die elkaar beïnvloeden;
– Eerstelijnsverblijf voor palliatief terminale zorg: verblijf en palliatieve zorg in de laatste levensfase,
worden jaarlijks trendmatig aangepast.
• De loonkosten worden geïndexeerd op basis van de door het Ministerie van VWS aangegeven Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Voor de materiële kosten wordt aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) uit het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CEP).
• Met de brief van 20 september 2022 (kenmerk 3434939-1035019-FEZ) heeft VWS de NZa opdracht gegeven om voor de tariefberekening 2023 incidenteel aan te sluiten op de ramingen uit de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.
• De toe te passen index op de loon- en materiële kostencomponent is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices, waarbij wordt uitgegaan van verhoudingspercentages tussen loon- en materiële kosten per eerstelijnsverblijf prestatie. Deze verhoudingspercentages zijn terug te vinden in tabel 11 van het ‘Verantwoordingsdocument Toelichting op de berekening van de tarieven in het eerstelijnsverblijf’.
• Voor de normatieve inventariscomponent geldt de index voor materiële kosten.
• De normatieve huisvestingscomponent wordt jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.
De tarieven voor de prestaties:
– Toeslag eerstelijnsverblijf voor zorg aan individuele Covid-19 patiënt, verzorgd op een afzonderlijke kamer;
– Eerstelijnsverblijf in combinatie met geclusterde zorg aan Covid-19 patiënt, verzorgd in een aparte Covid-19 Unit,
worden jaarlijks trendmatig aangepast.
• De loonkosten worden geïndexeerd op basis van de door het Ministerie van VWS aangegeven Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Voor de materiële kosten wordt aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) uit het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CEP).
• Met de brief van 20 september 2022 (kenmerk 3434939-1035019-FEZ) heeft VWS de NZa opdracht gegeven om voor de tariefberekening 2023 incidenteel aan te sluiten op de ramingen uit de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.
• De kapitaallasten worden jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.
• De toe te passen index op de loon-, materiële – en kapitaalkostencomponent is het gewogen gemiddelde van de loon-, materiële en kapitaalindices. Deze verhoudingspercentages zijn terug te vinden in tabel 7 en 8 van het verantwoordingsdocument ‘Verantwoording tarieven 2023, Prestaties elv Covid bedden’.
De maximumtarieven, berekend op basis van artikel 5.2, kunnen ten hoogste met 10% worden verhoogd indien hieraan een schriftelijke overeenkomst tussen de betreffende zorgaanbieder en zorgverzekeraar ten grondslag ligt.
Dit zogenaamde max-maxtarief kan uitsluitend in rekening worden gebracht aan (a) de zorgverzekeraar met wie het verhoogde maximumtarief is overeengekomen, of (b) de verzekerde ten behoeve van wie een zorgverzekering met betrekking tot eerstelijnsverblijf is gesloten bij een zorgverzekeraar met wie een zodanig verhoogd maximumtarief schriftelijk is overeengekomen.
Een tarief dat niet hoger is dan berekend op basis van artikel 5.2 kan aan eenieder in rekening worden gebracht.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047763
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl