BWBR0047721
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 13
Regeling alarmeringsdienst NL-Alert 2023
1. De Minister van Justitie en Veiligheid kan ten hoogste tien keer per jaar bij de aanbieder over een uitgezonden NL-Alert een ad-hoc rapportage opvragen. De rapportage bevat ten minste:
a. een grafische weergave van het uitzendgebied waarin het bereik is aangegeven van de cellen die voor het betreffende NL-Alert zijn geselecteerd alsmede het bereik van de cellen die zijn geselecteerd maar die het NL-Alert niet hebben uitgezonden; en
b. een evaluatie van de werking van de voor het uitzenden van het NL-Alert gebruikte voorzieningen en organisatie.
2. In aanvulling op het eerste lid kan de Minister van Justitie en Veiligheid de aanbieder verzoeken om in de rapportage ook een best server map op te nemen waarop is aangegeven in welk gebied de voor het NL-Alert geselecteerde cellen het beste bereik bieden.
3. De in het eerste lid bedoelde rapportage kan tot vijf werkdagen na het uitzenden van een NL-Alert worden opgevraagd en wordt vervolgens door de aanbieder ten hoogste vijf werkdagen na de ontvangst van dit verzoek beschikbaar gesteld.
a. een grafische weergave van het uitzendgebied waarin het bereik is aangegeven van de cellen die voor het betreffende NL-Alert zijn geselecteerd alsmede het bereik van de cellen die zijn geselecteerd maar die het NL-Alert niet hebben uitgezonden; en
b. een evaluatie van de werking van de voor het uitzenden van het NL-Alert gebruikte voorzieningen en organisatie.
2. In aanvulling op het eerste lid kan de Minister van Justitie en Veiligheid de aanbieder verzoeken om in de rapportage ook een best server map op te nemen waarop is aangegeven in welk gebied de voor het NL-Alert geselecteerde cellen het beste bereik bieden.
3. De in het eerste lid bedoelde rapportage kan tot vijf werkdagen na het uitzenden van een NL-Alert worden opgevraagd en wordt vervolgens door de aanbieder ten hoogste vijf werkdagen na de ontvangst van dit verzoek beschikbaar gesteld.