BWBR0047690
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 6
Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen 2022
1. In afwijking van artikel 4kan de minister een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende kalenderjaar direct met 100% inhouden indien het bevoegd gezag of het samenwerkingsverband niet voldoet aan een:
a. spoedaanwijzing als bedoeld in artikel 153a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 122a van de Wet primair onderwijs BES, artikel 132a van de Wet op de expertisecentra of artikel 3.38a van de Wet voortgezet onderwijs 2020; of
b. aanwijzing als bedoeld in artikel 153 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 122 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 132 van de Wet op de expertisecentra of artikel 3.38 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
2. In afwijking van artikel 5kan de minister de bekostiging direct met 100% opschorten of inhouden indien het bevoegd gezag of, voor het hoger onderwijs, de raad van toezicht niet voldoet aan een:
a. spoedaanwijzing als bedoeld in artikel 3.1.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 10.1a van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES of de artikelen 9.9b, 10.3e1 of 11.7b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; of
b. aanwijzing als bedoeld in artikel 3.1.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 10.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES of de artikelen 9.9a, 10.3e of 11.7a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
a. spoedaanwijzing als bedoeld in artikel 153a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 122a van de Wet primair onderwijs BES, artikel 132a van de Wet op de expertisecentra of artikel 3.38a van de Wet voortgezet onderwijs 2020; of
b. aanwijzing als bedoeld in artikel 153 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 122 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 132 van de Wet op de expertisecentra of artikel 3.38 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
2. In afwijking van artikel 5kan de minister de bekostiging direct met 100% opschorten of inhouden indien het bevoegd gezag of, voor het hoger onderwijs, de raad van toezicht niet voldoet aan een:
a. spoedaanwijzing als bedoeld in artikel 3.1.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 10.1a van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES of de artikelen 9.9b, 10.3e1 of 11.7b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; of
b. aanwijzing als bedoeld in artikel 3.1.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 10.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES of de artikelen 9.9a, 10.3e of 11.7a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.