BWBR0047679
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 8
Subsidieregeling Stichting CAOP 2023
1. De uitvoering van de activiteiten, zoals genoemd in artikel 2, eerste lid, worden conform het DAEB-Vrijstellingsbesluit aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang. De subsidie kan dientengevolge aan rechtspersonen worden verleend als compensatie van het beheer van de opgedragen activiteiten, mits aan de overige voorwaarden van deze regeling wordt voldaan.
2. De opgedragen activiteiten zullen worden uitgevoerd door de stichting, of diens rechtsopvolgers, enkel en alleen voor de werkzaamheden die zij voor het Rijk, het overheidspersoneel en werknemersorganisaties voor het overheidspersoneel in Nederland uitvoeren.
3. De stichting dient een gescheiden boekhouding te hanteren, op zodanige wijze dat de inkomsten en uitgaven voor deze specifieke opgedragen activiteiten gescheiden van de overige activiteiten van de stichting worden geadministreerd.
4. De minister laat, ten minste om de drie jaar gedurende de periode waarvoor de stichting met het beheer van de opgedragen activiteiten is belast en aan het einde van die periode, controles uitvoeren.
5. De minister houdt gedurende de periode waarvoor de stichting met het beheer van opgedragen activiteiten is belast en ten minste tien jaar na afloop van die periode, alle gegevens beschikbaar die noodzakelijk zijn om vast te stellen of de verleende subsidie met het DAEB-Vrijstellingsbesluit verenigbaar is. Indien nodig kan de stichting om medewerking voor het verstrekken van informatie worden gevraagd.
2. De opgedragen activiteiten zullen worden uitgevoerd door de stichting, of diens rechtsopvolgers, enkel en alleen voor de werkzaamheden die zij voor het Rijk, het overheidspersoneel en werknemersorganisaties voor het overheidspersoneel in Nederland uitvoeren.
3. De stichting dient een gescheiden boekhouding te hanteren, op zodanige wijze dat de inkomsten en uitgaven voor deze specifieke opgedragen activiteiten gescheiden van de overige activiteiten van de stichting worden geadministreerd.
4. De minister laat, ten minste om de drie jaar gedurende de periode waarvoor de stichting met het beheer van de opgedragen activiteiten is belast en aan het einde van die periode, controles uitvoeren.
5. De minister houdt gedurende de periode waarvoor de stichting met het beheer van opgedragen activiteiten is belast en ten minste tien jaar na afloop van die periode, alle gegevens beschikbaar die noodzakelijk zijn om vast te stellen of de verleende subsidie met het DAEB-Vrijstellingsbesluit verenigbaar is. Indien nodig kan de stichting om medewerking voor het verstrekken van informatie worden gevraagd.