BWBR0047669
Geldig vanaf 23-12-2022
Artikel 7
Tournee- en promotieregeling
1. Een bijdrage op grond van deze regeling kan slechts worden toegekend indien:
a. sprake is van een serie van minimaal 3 en maximaal 10 concerten of voorstellingen binnen een periode van maximaal 3 maanden;
b. de concerten of voorstellingen plaatsvinden op podia of festivals in Nederland die in de disciplines of genres waarbinnen de podiumkunstenaar(s) opereert/opereren een relevante programmering verzorgen;
c. de concerten of voorstellingen zijn bevestigd door de betreffende podia of festivals;
d. met de betreffende podia of festivals een redelijke vergoeding voor de podiumkunstenaar(s) is overeengekomen;
e. de podiumkunstenaar(s) hoofdzakelijk eigen werken uitvoert/uitvoeren of werken die specifiek voor de podiumkunstenaar(s) zijn gemaakt.
2. Niet in aanmerking voor subsidie komen activiteiten:
a. die onvoldoende bijdragen aan de doelstelling van deze regeling;
b. waarvan de artistieke kwaliteit onvoldoende gewaarborgd is;
c. waar onvoldoende is voorzien in randvoorwaarden om een goede uitvoering van de activiteiten te garanderen.
3. Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, het subsidie weigeren:
a. als voor de podiumkunstenaar(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, reeds tweemaal eerder in een kalenderjaar subsidie is verstrekt op grond van deze regeling;
b. als reeds eerder voor dezelfde activiteit subsidie is aangevraagd in het kader van deze regeling;
c. als er onvoldoende sprake is van een reeks logisch samenhangende concerten of voorstellingen.
a. sprake is van een serie van minimaal 3 en maximaal 10 concerten of voorstellingen binnen een periode van maximaal 3 maanden;
b. de concerten of voorstellingen plaatsvinden op podia of festivals in Nederland die in de disciplines of genres waarbinnen de podiumkunstenaar(s) opereert/opereren een relevante programmering verzorgen;
c. de concerten of voorstellingen zijn bevestigd door de betreffende podia of festivals;
d. met de betreffende podia of festivals een redelijke vergoeding voor de podiumkunstenaar(s) is overeengekomen;
e. de podiumkunstenaar(s) hoofdzakelijk eigen werken uitvoert/uitvoeren of werken die specifiek voor de podiumkunstenaar(s) zijn gemaakt.
2. Niet in aanmerking voor subsidie komen activiteiten:
a. die onvoldoende bijdragen aan de doelstelling van deze regeling;
b. waarvan de artistieke kwaliteit onvoldoende gewaarborgd is;
c. waar onvoldoende is voorzien in randvoorwaarden om een goede uitvoering van de activiteiten te garanderen.
3. Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, het subsidie weigeren:
a. als voor de podiumkunstenaar(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, reeds tweemaal eerder in een kalenderjaar subsidie is verstrekt op grond van deze regeling;
b. als reeds eerder voor dezelfde activiteit subsidie is aangevraagd in het kader van deze regeling;
c. als er onvoldoende sprake is van een reeks logisch samenhangende concerten of voorstellingen.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047669
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl