BWBR0047664
Geldig vanaf 2022-12-22
Artikel 6
Instellingsbesluit Monitoringcomité AMIF, ISF en BMVI
1. Het comité onderzoekt:
a. de vooruitgang bij de uitvoering van de programma’s en bij het bereiken van de tussen- en einddoelen;
b. alles wat van invloed is op de prestaties van de programma’s en de maatregelen die genomen worden om daar wat aan te doen;
c. wat de programma’s kunnen doen aan de problemen die worden genoemd in de landspecifieke aanbevelingen in verband met de uitvoering van het programma;
d. de vorderingen van evaluaties, samenvattingen van evaluaties en het vervolg dat aan de bevindingen van de evaluaties wordt gegeven;
e. de uitvoering van acties op het gebied van communicatie en zichtbaarheid;
f. de vorderingen met de uitvoering van concrete acties van strategisch belang, indien van toepassing;
g. of aan de randvoorwaarden wordt voldaan en of die tijdens de gehele programmeringsperiode in acht genomen worden;
h. de vorderingen met de opbouw van administratieve capaciteit bij overheidsinstanties, partners en begunstigden, naargelang het geval.
2. Het comité hecht zijn goedkeuring aan:
a. de methode en de criteria voor de selectie van concrete acties;
b. de jaarlijkse prestatieverslagen van de door het AMIF, het ISF en het BMVI gesteunde programma’s;
c. het evaluatieplan en wijzigingen daarvan;
d. voorstellen van de beheerautoriteit om een programma te wijzigen, met inbegrip van overdrachten als bedoeld in de artikelen 24, vijfde lid en 26, van de Verordening.
3. Het comité kan aanbevelingen doen aan de beheerautoriteit, onder meer over maatregelen om de administratieve lasten voor begunstigden te verminderen.
a. de vooruitgang bij de uitvoering van de programma’s en bij het bereiken van de tussen- en einddoelen;
b. alles wat van invloed is op de prestaties van de programma’s en de maatregelen die genomen worden om daar wat aan te doen;
c. wat de programma’s kunnen doen aan de problemen die worden genoemd in de landspecifieke aanbevelingen in verband met de uitvoering van het programma;
d. de vorderingen van evaluaties, samenvattingen van evaluaties en het vervolg dat aan de bevindingen van de evaluaties wordt gegeven;
e. de uitvoering van acties op het gebied van communicatie en zichtbaarheid;
f. de vorderingen met de uitvoering van concrete acties van strategisch belang, indien van toepassing;
g. of aan de randvoorwaarden wordt voldaan en of die tijdens de gehele programmeringsperiode in acht genomen worden;
h. de vorderingen met de opbouw van administratieve capaciteit bij overheidsinstanties, partners en begunstigden, naargelang het geval.
2. Het comité hecht zijn goedkeuring aan:
a. de methode en de criteria voor de selectie van concrete acties;
b. de jaarlijkse prestatieverslagen van de door het AMIF, het ISF en het BMVI gesteunde programma’s;
c. het evaluatieplan en wijzigingen daarvan;
d. voorstellen van de beheerautoriteit om een programma te wijzigen, met inbegrip van overdrachten als bedoeld in de artikelen 24, vijfde lid en 26, van de Verordening.
3. Het comité kan aanbevelingen doen aan de beheerautoriteit, onder meer over maatregelen om de administratieve lasten voor begunstigden te verminderen.