BWBR0047663
Geldig vanaf 2022-12-22
Artikel 6
Regeling uitvoering NSP GLB 2023–2027
1. Ter uitvoering van artikel 124, eerste lid, eerste alinea, van verordening (EU) 2021/2115is er een Monitoringcomité.
2. De leden van het Monitoringcomité zijn vertegenwoordigers van en worden aangewezen door:
a. de bevoegde overheidsinstanties en intermediaire instanties: i. de minister (twee leden waaronder de voorzitter);
ii. gedeputeerde staten van de onderscheiden provincies;
iii. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
i. de minister (twee leden waaronder de voorzitter);
ii. gedeputeerde staten van de onderscheiden provincies;
iii. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
b. de relevante autoriteiten op regionaal en lokaal niveau: i. de Minister van Economische Zaken en Klimaat;
ii. de Unie van Waterschappen;
iii. door de Vereniging Nederlandse Gemeenten;
i. de Minister van Economische Zaken en Klimaat;
ii. de Unie van Waterschappen;
iii. door de Vereniging Nederlandse Gemeenten;
c. economische en sociale instanties: i. Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO);
ii. Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK);
iii. de Vereniging van Agrarische Bedrijfsadviseurs (VAB);
i. Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO);
ii. Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK);
iii. de Vereniging van Agrarische Bedrijfsadviseurs (VAB);
d. maatschappelijke instanties: i. Boerennatuur;
ii. GLB Assembly (twee leden);
iii. LandschappenNL;
iv. LTO vrouw;
i. Boerennatuur;
ii. GLB Assembly (twee leden);
iii. LandschappenNL;
iv. LTO vrouw;
e. de Europese Commissie.
3. Van de aanwijzing van een vertegenwoordiger op grond van het tweede lid die niet geschiedt door de minister en van de aanwijzing van de plaatsvervangend voorzitter wordt door de aanwijzende organisaties mededeling gedaan aan de minister.
2. De leden van het Monitoringcomité zijn vertegenwoordigers van en worden aangewezen door:
a. de bevoegde overheidsinstanties en intermediaire instanties: i. de minister (twee leden waaronder de voorzitter);
ii. gedeputeerde staten van de onderscheiden provincies;
iii. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
i. de minister (twee leden waaronder de voorzitter);
ii. gedeputeerde staten van de onderscheiden provincies;
iii. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
b. de relevante autoriteiten op regionaal en lokaal niveau: i. de Minister van Economische Zaken en Klimaat;
ii. de Unie van Waterschappen;
iii. door de Vereniging Nederlandse Gemeenten;
i. de Minister van Economische Zaken en Klimaat;
ii. de Unie van Waterschappen;
iii. door de Vereniging Nederlandse Gemeenten;
c. economische en sociale instanties: i. Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO);
ii. Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK);
iii. de Vereniging van Agrarische Bedrijfsadviseurs (VAB);
i. Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO);
ii. Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK);
iii. de Vereniging van Agrarische Bedrijfsadviseurs (VAB);
d. maatschappelijke instanties: i. Boerennatuur;
ii. GLB Assembly (twee leden);
iii. LandschappenNL;
iv. LTO vrouw;
i. Boerennatuur;
ii. GLB Assembly (twee leden);
iii. LandschappenNL;
iv. LTO vrouw;
e. de Europese Commissie.
3. Van de aanwijzing van een vertegenwoordiger op grond van het tweede lid die niet geschiedt door de minister en van de aanwijzing van de plaatsvervangend voorzitter wordt door de aanwijzende organisaties mededeling gedaan aan de minister.