BWBR0047660
Geldig vanaf 2022-12-21
Artikel 15
Subsidieregeling exploitatiesubsidie ROM’s
1. Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2. In aanvulling op artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrechtgaat de aanvraag om subsidievaststelling vergezeld van:
a. een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant of accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dat informatie bevat waaruit blijkt dat met de aanvraag tot subsidievaststelling wordt voldaan aan de voorschriften, genoemd in artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht. De subsidieaanvrager stemt voorafgaand aan het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling de opzet van het rapport van feitelijke bevindingen met de minister af.
b. een eindrapport waarin het verloop en eindresultaten zijn vastgelegd van de in het activiteitenplan genoemde niet-economische activiteiten, als bedoeld in artikel 3, en waarin aan de hand van de prestatie-indicatoren inzicht wordt gegeven in de mate waarin deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s.
3. De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe, dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
4. Indien de beschikking tot subsidievaststelling niet binnen de in het derde lid genoemde termijn kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met dertien weken worden verlengd.
5. Indien de subsidie voor twee of meer boekjaren is verleend en de betreffende subsidiabele activiteiten niet in het voorgaande boekjaar moesten worden afgerond, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld binnen dertien weken na het verstrekken van de gegevens bedoeld in artikel 4:67, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2. In aanvulling op artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrechtgaat de aanvraag om subsidievaststelling vergezeld van:
a. een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant of accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dat informatie bevat waaruit blijkt dat met de aanvraag tot subsidievaststelling wordt voldaan aan de voorschriften, genoemd in artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht. De subsidieaanvrager stemt voorafgaand aan het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling de opzet van het rapport van feitelijke bevindingen met de minister af.
b. een eindrapport waarin het verloop en eindresultaten zijn vastgelegd van de in het activiteitenplan genoemde niet-economische activiteiten, als bedoeld in artikel 3, en waarin aan de hand van de prestatie-indicatoren inzicht wordt gegeven in de mate waarin deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s.
3. De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe, dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
4. Indien de beschikking tot subsidievaststelling niet binnen de in het derde lid genoemde termijn kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met dertien weken worden verlengd.
5. Indien de subsidie voor twee of meer boekjaren is verleend en de betreffende subsidiabele activiteiten niet in het voorgaande boekjaar moesten worden afgerond, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld binnen dertien weken na het verstrekken van de gegevens bedoeld in artikel 4:67, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.